De aanloop

Deze eerste blog gaat over de aanloop naar het leven van Tera, haar ouders, haar achtergrond.

Wouter wordt in 1851 geboren in Middelburg als zevende kind van de boekhandelaar Christiaan van Benthem Jutting. Zijn vader had de boekhandel geërfd van “Oom” Salomon van Benthem, die de jonge Christiaan onder zijn hoede had genomen. Christiaan mocht naar de Latijnse school en oom Salomon zorgde dat Christiaan in 1829 zijn naam, bij koninklijk besluit, veranderde van Jutting naar van Benthem Jutting. De familie van Benthem Jutting is een vooraanstaande Zeeuwse familie. Christiaan heeft in zijn jonge jaren belangrijke vrienden gemaakt onder de notabelen van de stad, de zoon van de advocaat, de notaris, de dokter. Christiaan, in 1837 getrouwd met Maria Woutersen, krijgt tien kinderen. De oudste zoon, die twaalf jaar ouder is dan Wouter, neemt de boekhandel over, de tweede zoon, Leendert trouwt met de dochter van een ijzerhandelaar. 

Wouter gaat rechtsgeleerdheid studeren in Leiden. Hij schrijft zich in oktober 1870 in. In 1872 verlooft hij zich met Suze Proos, een meisje dat hij uit Middelburg kent. Op 11 april 1872 schrijft Jacob Mees in zijn dagboek: ‘s Avonds komt Jutting terug, geheel hersteld van tyfus en bovendien net geëngageerd. Dus volop gelukkig. Een engagement dat zoals het zijne minstens 4 jaar moet duren, zou mij echter minder toelachen. Hij is geëngageerd met een meisje aan wie hij reeds op kinderbals het hof maakte, dit vind ik een zeer gezellig idee. Wij haalden hem met muziek (een harmonica) af, in het zijkamertje van de kroeg kreeg hij een bruigomspijp.

Maar die vier jaar wachten doet Wouter, en in augustus 1876 trouwen ze in Middelburg, om vervolgens op huwelijksreis direct de boot te pakken naar Indië, waar Wouter een positie kan krijgen aan het gerechtshof. Later kijkt hij in een brief aan zijn dochter terug op die aankomst in het verre Indië: Wat een verschil, als ik denk aan mijn aankomst met Suze, na een reis van 48 dagen te Batavia op 28 december 1876, ’s avonds in een zware westmoesson bui, terwijl niemand ons afhaalde, de hotels vol waren en we eindelijk belandden in het vervallen Marinehotel op Molenvliet, hoek Petadjo. (Brieven 15 januari 1930)

Ze zijn zeker gelukkig in Indië en Wouter zal zich die eerste tijd altijd met plezier en weemoed herinneren. Zo schrijft hij: Ik heb van de beschrijvingen genoten, omdat ik dit alles ook heb mee gemaakt, toen ik 53 jaar geleden als baaie in Indië kwam. Ik herinner me nog dat we, bij Ismangoen op Pegangsaän logeerden, op een morgen in de kampong wandelden, een doerian op de weg vonden en dat ik die naar huis zou dragen, maar onderweg viel en me zo aan de stekels van de bast van de doerian verwondde dat ik vrij bebloed thuis kwam, tot groot vermaak van mevr. Ismangoen en Suze. Hoe vindt ge de smaak van de doerian? Ik heb me nooit over de stinklucht kunnen heen zetten en ze waarschijnlijk daarom nooit smakelijk gevonden. (Brieven 18 maart 1930)

Echter een paar maanden later slaat het noodlot toe en sterft plotseling zijn Suze, het meisje waar hij al van kinds af aan verliefd op is. Tijdens haar eerste zwangerschap loopt ze tyfus op. Hij wordt opgevangen door vrienden in Rembang: “Toen ik 30 mei 1877 te Rembang Suze plotseling verloor, hebben zij en haar man mij terstond liefderijk als huisgenoot aangenomen, waardoor ik de kracht heb gevonden om, pas in Indië en zover van vriend en maag verwijderd, dat leed te dragen. Bijna 20 maanden hebben we toen aangenaam samengewoond, totdat ik naar Batavia werd overgeplaatst. Sedert hebben we steeds in elkanders lief en leed  gedeeld;  (Brieven 14 april 1931)

Vader A.J. P. H.D Bosch (1814-1863), geschilderd door Raden Saleh

Wouter krabbelt weer op en in maart 1883 trouwt hij met Sophie Bosch. Sophie geboren in 1864 is 13 jaar jonger dan Wouter. Zij komt uit een voorname Indische familie, geboren in Kediri op Oost-Java en haar vader (zelf geboren in Maastricht) was resident van Djokja, een Javaanse provincie (nu Yokjakarta) haar roepnaam is Noes, onduidelijk waarom.

Wouter werkt als inspecteur van het gevangeniswezen, hij reist de verschillende provincies af en bezoekt gevangenissen en bouwprojecten van de Nederlandse overheid, zijn taak is o.a. het zorgen voor dwangarbeiders om de werkzaamheden uit te voeren.

Jaren later haalt Wouter in brieven aan zijn dochter herinneringen op aan zijn Indische tijd: “De tocht naar de Poentjak heb ik ook meermalen gemaakt, op weg naar Sindanglaia; het is, meen ik, het hoogste punt, waarover de weg gaat, die onder G.G. Daendels in de lengteas van Java is aangelegd. Ter wille van het autovervoer is de weg daar wat verlegd, omdat hij te steil was. In mijn tijd had men voor de bestijging met een reiswagen karbouwen nodig en met een gewoon karretje een paard extra, terwijl men, om het voertuig bij de daling tegen te houden, een paard achter de wagen spande en zigzag reed. Telaga Saäl ken ik niet; wel echter heb ik Telaga Warna dikwijls gezien van Sindanglaia uit, maar, naar ik me herinner, was het meer door de belichting van de zon juist zeer kleurrijk, waarnaar het dan ook zijn naam “Warna” draagt, dat naar ik meen, het Soendanese woord voor kleur is.“ (Brieven 29 april 1930)

Op 11 februari 1888 krijgen Wouter en Noes hun eerste kind, Marius. Ergens tussen 1888 en 1894 gaat Wouter met zijn gezin op groot verlof naar Nederland. Alle Nederlanders in overheidsdienst in Nederlands Indië hadden eens in de paar jaar recht op groot verlof van zeven of acht maanden om terug naar Holland te gaan en familie te bezoeken.

 

Terugkomend in Batavia huurt Wouter een huis in Weltevreden, de Nederlandse chique buurt van Batavia. Er is een foto van Wouter met Noes, en de kleine Marius. Marius zit op een ezeltje, Wouter is in tropenkostuum en Noes in klassieke Sarong Kebaja, de nette dracht voor Indische vrouwen.

In 1897 wordt Wouter raadsheer aan het Hooggerechtshof in Batavia, hij is dan zesenveertig jaar en heeft een vooraanstaande positie in de Nederlands-Indische samenleving verworven. Eens per jaar gaan ze naar de races in Buitenzorg, en regelmatig maken ze tochten.

“Gij zijt dus ook eens te Gadok geweest, of misschien wel weer, waar men in mijn tijd van Batavia uit dikwijls een weekend doorbracht, maar waarvan het hotel toen reeds begon te kwijnen zodat het thans waarschijnlijk niet meer bestaat. Het was toen zelfs enigszins een gezondheidsetablissement met een geneesheer die waarschijnlijk subsidie van de regering kreeg. Bestaat te Sindanglaja het gezondheidsetablissement aan de voet van de Gedeh nog? Ook daaraan heb ik prettige herinneringen, ik heb er nog een foto van.” (Brieven 25 november 1930)

Over Marius schrijft Wouter aan een neef in Nederland:

Als ge hier mocht komen, terwijl wij nog te Batavia zijn, dan zal Marius je kunnen rondleiden, zo groot wordt hij al. Morgen krijgt hij zijn eerste dansles en spoedig zal hij ook aan de gymnastiek gaan doen. Wie weet of er van hem ook niet een zeeman groeit, thans bestaat zijn liefhebberij in schepen slechts daarin, dat hij ze graag laat varen in de badkuip. Hij heeft twee aardige scheepjes, een klein en een groot, die het tijd wordt dat ge eens komt opknappen, want ze hebben in zijn handen nog al wat te lijden. Ook geniet hij van een prentenboek getiteld “helden zonder zwaard”, waarin allerlei heldenfeiten bij schipbreuken worden beschreven.

Een poosje is Marius ongesteld geweest, waarschijnlijk ten gevolge van groei; thans gaat hij weer naar school, maar het is nog niet zoals vroeger, zodat hij niet tot het einde van de schooltijd, die hier van half acht tot één uur is, blijft. Als we van jullie spreken, kunnen we van tijd tot tijd bemerken dat Marius je nog niet geheel vergeten is.

Na een aantal miskramen krijgen Wouter en Noes op 6 februari 1899 toch nog een dochter Tera of Teertje. Maar daarover volgende keer meer.

 

6 reacties op “De aanloop”

  1. Annemieke Zwanenburg

    Lieve Barbara, heb deze eerste aflevering net met veel genoegen gelezen en hoop dat er snel een vervolg komt. Vroeger wilde ik elke keer weer de familiegeschiedenis van mijn moeder van Benthem Jutting horen. De details waren zó niet alledaags en gecompliceerd dat ik het echt niet kon onthouden. Dus een volgende x genoot ik weer. Gelukkig is er nu een plek waar ik alles na kan lezen! Grote dank daarvoor. Lieve groet van Annemieke

  2. M.Praasterink-Levert

    Beste Barbara, wij kennen elkaar niet maar ik ontdek vanmiddag op mijn computer het verhaal over Tera van B J. Waarom ik dat van jou krijg is mij een raadsel, maar plotseling schoot mij te binnen , dat ik vroeger op school Het Kopje in de klas heb gezeten met een meisje van B,J. Dat was in Bloemendaal , tussen 1950 en -55. Weet niet of dat familie is.? Heb nooit meer wat van haar gehoord na ons eind examen. Wij woonden op de Burgemeester den Texlaan 2 in Aerdenhout. Vriendelijke groeten van Marretje Praasterink_- Levert.

  3. Hoi Barbara,
    Fijn dat je blog nu beschikbaar is. Het is een feest om te lezen, de dagboeken en brieven zijn een kostbaar tijdsdocument, en de foto’s zijn om te smullen. Tera heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de weekdierkunde (malacologie), zij was een nestor op dat terrein, en de wetenschap heeft veel aan haar te danken. Ik leerde haar in 1976 kennne, toen ik 16 jaar was. Een bijzondere vrouw: dat zou ze ook anno 2021 zijn, dus laat staan in de tijd waarin ze leefde. Het is mooi dat de mens achter de wetenschappelijke publicaties nu zichtbaar wordt. Ik zal je blog op de voet volgen. — Ruud Bank

  4. Beste Barbara
    Wat leuk om via deze weg toch een en ander te kunnen lezen over Tera.
    Een aantal jaar geleden was je bij ons te gast en vertelde je over het boek waaraan je werkte. Verschillende foto’s liet je ons toen ook zien , er wordt veel onderhoud gepleegd aan Villa de Wael sinds wij er wonen, maar sommige ruimtes zijn nog steeds zeer goed herkenbaar .
    Veel succes gewenst met het schrijven van je blog; met veel plezier blijf ik deze volgen.

  5. Hoi Barbara, erg leuk om ook deze geschriften van je te lezen. Zoetjesaan heb ik de familierelaties Van Benthem-Jutting bijna beter in mijn hoofd dan Frouwkje. Voor nu één opmerking: je citeert een brief van Wouter aan Tera van 29 april 1930. Daarin is sprake van G.G. Doendels. Moet dat niet G(ouverneur).-G(eneraal). Daendels zijn? Die is in 1807 door Lodewijk Napoleon tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië benoemd en heeft daar de Grote Postweg over Java laten aanleggen.

    1. Dag Sijmen, dank voor je reactie. Fijn dat je het leuk vindt. En ja natuurlijk, een tikfout mijnerzijds, is verbeterd. Dank en over tikfouten gesproken. Van Benthem Jutting is nog steeds zonder streepje. Een goed nieuwjaar gewenst voor jullie beiden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.