Malacologe

In de vorige blog namen we afscheid van Tera’s belangrijkste leermeester Max Weber. Hoewel Tera hem vreselijk mist, is Professor Weber als leermeester echter minder nodig.

Nadat Tera in 1932 is teruggekomen uit Indië is ze weer aan het werk gegaan in Amsterdam. In 1933 verhuist ze naar de Parnassusweg. De foto hiernaast is uit 1935.

Op het Zoölogisch Museum krijgt Tera een steeds belangrijke rol. Ze is inmiddels een routinier en kent eigenlijk alle organisatorische ins en outs van het museum. Ze heeft ook zeer duidelijke opvattingen over hoe een museum gerund moet worden.  

Zo schrijft ze over het Natuurhistorisch Museum in Zeeland onder auspiciën van het Zeeuws Genootschap: De wijze van inrichting (ik bedoel het technische) moet je met beleid uit (laten) werken. Overleg met iemand, die werkelijk etaleren kan, bv. met  museum Boymans, (..) Je moet het bestuur ook duidelijk trachten te maken, dat het geld zal kosten. Alle goedkope eigen prutserij is maar 10-de rangs en daarom bij voorbaat te verwerpen. Enorm belangrijk is de verlichting, (..) Benut ook alle ruimte onder kasten en vitrines door er laden of dichte kastjes onder te maken. Het maakt tevens de onderhoudskosten (schoonmaak van vloeren) geringer. En wat krijg je voor vloeren? Linoleum of matten is een enorm onderhoud. Tegels of kunstgraniet is minder bewerkelijk, maar het staat “koud”. Is er verwarming?

Daarnaast heeft ze een praktische en nuchtere kijk op zaken. Bij een bezoek aan het Zeeuws museum: Het museum maakt mij hopeloos melancholiek. Het is zo verwaarloosd en slordig. Wat zou ik daar graag eens in redderen, en als een dictator de grote lijnen vasthouden en het onbelangrijke verwijderen(..). Met kleine middelen zou daar zelfs al wat te bereiken zijn. Als je maar eens begon de etiketten netjes te typen, in plaats van te schrijven, met doorhalingen, en scheef op het papier.

In 1934 wordt de Nederlandse Malacologische Vereniging (NMV) opgericht. Tera is daar geen voorstander van en wordt dan ook in eerste instantie geen lid. Ze meende dat “ten gevolge van de oprichting van zulk een vereniging een toenemende verzamelactiviteit zou ontstaan, en een dusdanig grote vraag naar informatie en hulp bij determinaties ten gevolge zou hebben, dat daardoor de schrijftafels van de conservatoren van de molluskenafdelingen in de musea te Amsterdam en Leiden overstroomd zouden worden door zendingen ongedetermineerde schelpen, met het verzoek deze “even” te determineren voor de respectievelijke eigenaren.”.

Die houding is ook ingegeven door de vele mensen die een beroep op haar doen. Zo schrijft ze zelf: Voor Hummelinck determineer ik nu een collectie jonge quartaire fossielen van Venezuela en benedenwindse eilanden.(…)  Dan moet ik een stuk over de mollusken van de staatsnatuurmonumenten van Texel, Vlieland en Terschelling schrijven voor het staatsbosbedrijf en over de mollusken van Groot Amsterdam voor de Nat. Hist. Vereniging. Ik wilde dat al die mensen opgehoepeld waren, en dat ik aan mijn Indische beesten kon blijven kluiven. Maar ik ben er verder dan ooit vandaan. Van de hele kostelijke collectie, die ik zelf op Java verzamelde, is nog niet een honderdste gedetermineerd. Enfin, goed voor mijn oude dag.

En de heer Wim Neuteboom, lid van het eerste uur van de NMV,  herinnert zich dat hij met zijn vriend Louis Butot gebruik maakte van haar kennis en kunde: Op vrije uren kon je ons op het strand tussen Zandvoort en de pieren van IJmuiden treffen, speurend naar krabben, kwallen, zee-anemonen en allerlei ander gedierte dat de zee gaf en uiteraard ook slakken en schelpen. Door de vondsten van Colus gracilis, Lora turricula, een vers aangespoelde Sepia en dergelijke, werd de behoefte gevoeld aan wat deskundige begeleiding en namen we contact op met (..) Mejuffrouw Tera van Benthem Jutting. Op een vrije middag togen we op de fiets naar het Zoölogisch Museum in Amsterdam. In de catacomben onder het aquariumgebouw kwam zij ons al in haar witte jas tegemoet. Later zouden we via de ledeningang vrij toegang krijgen tot haar werkvertrek (..) Zorgvuldig werden onze vondsten in haar fraaie handschrift in het kaartsysteem van het Mollusken Comité opgenomen. Altijd was zij bereid onze determinaties te controleren, ook de meest eenvoudige. (…)

Ze wijzigt haar mening over de NMV vrij snel en al in 1937 treedt ze toe tot het bestuur van de vereniging. Vanaf 1938 wordt het blad Basteria, genoemd naar de Zeeuwse malacoloog Job Baster, uitgegeven. Pas na de oorlog raakt Tera nauw betrokken bij de redactie van het blad samen met Carel van Regteren Altena (1907-1976), de conservator mollusken in Leiden en ontfermt ze zich ook over de bibliotheek van de NMV die ondergebracht wordt in het Zoölogisch Museum.

In 1938 is Wilhelmina veertig jaar vorstin van Nederland. Ter gelegenheid daarvan bieden de Amsterdamse vrouwen haar een boek aan over de ontwikkeling van de vrouw in de afgelopen veertig jaar. In de aanbiedingsrede staat: Een werk is het geworden, Majesteit, dóór vrouwen over den arbeid, over leven en streven vàn vrouwen, bestemd vóór een Vrouw. Een werk, tot stand gebracht door vrouwenhanden, door vrouwenhoofden.

Een werk van bijna tachtig vrouwen, oudere en jongere, gehuwde en ongehuwde, van velerlei religie en politiek inzicht. Zij allen doen mededeling over haar werk. over de ontwikkeling daarvan in de veertig jaren die achter ons liggen; over voorspoed en tegenslagen, over moeilijkheden en volharding, over ontplooiing en welslagen! Haar aller bijdragen tezamen verschaffen een breed, zij het dan niet geheel volledig, overzicht van hetgeen op het gebied van de vrouw, gedurende de gezegende regering Uwer Majesteit is tot stand gebracht.

Tera wordt door het vrouwencomité gevraagd te schrijven over de ontwikkelingen in de biologiestudie en het aandeel van vrouwen daarin. Een opmerkelijke keuze; Tera heeft geen academische titel, anders dan bijvoorbeeld Johanna Westerdijk, die hoogleraar is, of Atie Vorstman, die een doctorstitel heeft. Ook heeft Tera geen relatie met de Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding. Hoe men bij haar terecht komt is onbekend, maar Tera zegt toe en schrijft een keurige verhandeling. Ze geeft een overzicht van het aantal afgestudeerde vrouwen in de biologie van de afgelopen veertig jaar, waarbij ze het door haar verkregen KIV diploma gelijkstelt met het doctoraal examen. Ze deelt een mooie pluim uit aan Anna Weber die een eredoctoraat kreeg en nog steeds actief is als biologe en genoemd wordt als lichtend voorbeeld, en ze geeft expliciet aan dat wetenschap niet maar een tijdverdrijf is maar een serieuze studie: Dat de biologie een studievak van grote betekenis voor de maatschappij is, zal wel door geen enkel denkend mens van dezen tijd tegengesproken worden. De jaren, dat men het als een onschadelijke en liefelijke tijdpassering voor dames beschouwde, liggen – gelukkig – reeds een dikke halve eeuw achter ons. Op deze gewijzigde waardering is het aandeel van den arbeid der vrouwen zelve, die blijk gaven nog iets anders te kunnen dan alleen maar van “beeldige” bloemen en “lieve” vogels te houden, en te beseffen, dat de biologie een onderdeel der exacte wetenschappen is, waarin slechts door uiterste inspanning resultaat van blijvende waarde bereikt kan worden, van de allergrootste betekenis geweest. Tevens droeg dit er toe bij om het algemeen aanzien van het gehele studievak in de achting van de overige maatschappij te doen rijzen.

Zo is Tera een gesettelde en betrokken malacologe geworden. Ze heeft een brede kennis van zowel inheemse als exotische slakken en schelpen, zowel van zeeslakken als van landslakken. Ze wordt door velen geraadpleegd als het om determinaties gaat en publiceert zeer regelmatig. Ze heeft afscheid genomen van haar jeugd, van haar vader en van haar leermeester. Volgende week volgt nog meer afscheid.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.