Afscheid van Anna

In de vorige blog zagen we hoe Pico met zijn zieke moeder verhuist naar Ginneken bij Breda. Vandaag nemen we afscheid van Anna Weber.

In eerdere blogs zagen we al dat Anna Weber een groot voorbeeld is voor Tera en een trouwe vriendin. In de zomers van 1940 en 1941 logeert Tera telkens een aantal weken bij haar nicht Kitty van der Mijll Dekker in Nunspeet. Beide keren gaat ze ook bij Anna Weber op bezoek in Eerbeek, zo’n 45 kilometer verder op, maar dat is volgens Tera goed te fietsen.

Op 27 maart 1942 wordt Anna Weber 90 jaar. “Het Vaderland”  wijdt ter gelegenheid daarvan, een uitgebreid artikel aan leven en werk van Anna Weber.  Ze wordt daarin uitgebreid geëerd : Haar grootste succes op wetenschappelijk gebied dankt mevrouw Weber-Van Bosse zonder twijfel aan de in 1899 ondernomen Siboga-expeditie welker botanica zij was. Dit succes heeft er zeer zeker toe bijdragen naar het eeredoctoraat, van de Utrechtsche hoogeschool deelachtig te doen worden; de Regering benoemde haar tot ridder in de orde van Oranje Nassau en bevorderde haar in 1935 tot officier.

Tera viert de negentigste verjaardag van Anna Weber uitgebreid mee. Ter gelegenheid van die verjaardag schrijft ze samen met de botanica Josephine Koster een mooie biografie over Anna. Een in het Frans geschreven artikel gepubliceerd in Blumea, een blad uitgegeven door het Herbarium in Leiden. Waarom het artikel in het Frans gesteld is, is mij een raadsel.

Aan Pico schrijft Tera: Gisteren zond ik je het niet-wetenschappelijke gedeelte van het feestnummer voor mevr. Weber. In de wandeling heten deze bijdragen “de leuterpraatjes”. Men is erg goed te spreken over de biografie door Jossy K. en mij. Geen wonder als de patiënt over wie het gaat, zo charmant is. Ik zal je bij gelegenheid ook nog een foto van het feest zenden. De leuterpraatjes mag je houden, de foto wil ik graag terug.

Hieronder de foto. Anna zit links naast het hondje. Tera helemaal bovenaan links , pontificaal in het midden zit Johanna Westerdijk, die we al eerder tegenkwamen.

In september 1942 gaat Tera nog bij Anna logeren: Het verblijf in Eerbeek was heel prettig en zou nog prettiger geweest zijn als of jij er bij was geweest in plaats van R., of wij mooier weer hadden gehad, of de toestand van mevr. Weber niet zo zorgelijk was. Zij heeft aldoor hoge koorts, en dat is een te grote krachtproef voor het hart. Nu is de dokter met kamferinjecties begonnen. Daar reageerde ze gunstig op.

Op 29 oktober 1942 schrijft Tera aan Pico: Vandaag tijdens de koffie werd de Beaufort opgebeld  uit Eerbeek om mede te delen, dat mevr. Weber gestorven is. Ondanks het feit, dat wij het einde zagen aankomen, begin deze week kreeg ik een brief, dat mevrouw zo zwak werd, is het toch een groot verdriet en zal het een grote leegte achterlaten.

Tera is er diep door geschokt. Anna was zowel wetenschappelijk als emotioneel een voorbeeld voor Tera. Aan Pico schrijft ze : Het verlies van mevrouw Weber betekent voor mij heel veel. En niet alleen voor mij, ieder verliest op zijn manier iets liefs door het heengaan van deze reine ziel : “Elle etait une faune pleine d’esprit, de bonté et de saguee”, vindt ik altijd van bijzondere toepassing op haar. Verleden maandag waren Beaufort, Engel en ik ter begrafenis, met vele, vele anderen. Behalve enkele dorpsgrootheden spraken nog Boldingh, als laatste overlevende van de Siboga, Herman Lam en Gunning (rector Amsterdams lyceum). De reis was lang en smoezelig, en ik kwam in het donker thuis (waaraan ik een reuze hekel heb). (..) Peter ( het hondje) is al de dagen van mevrouws ziekte niet uit de slaapkamer weg te slaan geweest. Lag aldoor voor het bed, soms er bovenop. Heeft haar op zijn manier “opgepast”. (..)  A.s. donderdag gaan de Beaufort en ik enkele dagen, tot zaterdag naar Eerbeek om uit te zoeken, wat er nog aan paperassen en boeken van prof. Weber is, dat naar Amsterdam moet komen. De beide hofdames blijven nog tot eind van het jaar in huis, om de boedel te liquideren. In mijn oude dagboeken vind ik, dat ik 10 juni 1922 voor het eerst op Eerbeek kwam. Dus 20 jaar lang! Bij de begrafenis blies het Eerbeekse fanfarecorps koraalmuziek. Je weet niet hoe ongelooflijk mooi dat klonk!

Inderdaad gaat Tera een aantal dagen later naar Eerbeek om de papieren van Max Weber uit te zoeken. Ze schrijft: Ik ben wel ongeveer klaar gekomen met wat wel en niet naar Amsterdam moet komen. Het was meestal keurig voorbereid, daar Weber de correspondentie en aantekeningen in enveloppen bewaarde: (..)  Wat niet onmiddellijk begrijpelijk was, ging op grote dienbladen mee naar de blauwe kamer, waar wij ’s avonds de zaak zorgvuldig konden bekijken ( in W. kamer werd niet gestookt, en kon niet verduisterd worden, dus konden wij daar niet lang werken). Een grote rubriek was ook de talloze foto’s en portretten. Dikwijls stond er niet op, wie het voorstelde. En als wij dan geen van allen het wisten thuis te brengen, werden zij verscheurd. Tegelijkertijd logeerde ook Sleeswijk (executeur en neef) er, wat wel praktisch was, om telkens te kunnen overleggen over bestemming van stukken. De Beaufort kwam nog een dag, maar doordat hij veel tegenspoed met treinen had gehad, beperkte zich zijn bezoek van half 2 tot half 5. Zaterdag ging ik om 8 uur weer weg: ik heb nu wel het gevoel dat, dat ik er voor het laatst geweest ben.

Het Landgoed Eerbeek wordt door Anna gelegateerd aan het Gelders Landschap. Anna wordt begraven bij haar echtgenoot Max Weber.  In het huis te Eerbeek is tegenwoordig een hotel gevestigd, wel gelegen aan de Max Weberlaan. 

Zo komt er een eind aan het leven van Tera’s grote voorbeeld en rolmodel. In de volgende blog zien hoe de oorlog steeds meer invloed krijgt op het dagelijks leven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.