Afstuderen

Zoals we in de afgelopen blogs zagen heeft Tera het druk. Ze fuift, is druk met verenigingen, volgt colleges, gaat op vakantie en op studiereizen. In het voorjaar van 1924 gaat ze met een deel van haar studievrienden naar Bretagne; verzamelen en sightseeën, de kathedraal van Quimper, de dolmen en menhirs maar ook slakken en schelpen zoeken op strandjes en in baaien.

Ondertussen is Tera natuurlijk student en moet er op enig moment een afronding aan die studie komen. Ze heeft echter niet de juiste vooropleiding om deel te nemen aan de academische examens. Tot 1917 kon je alleen deelnemen aan academische examens met een gymnasiumdiploma. Vanaf 1917 is ook een HBS diploma voldoende voor sommige studies, waaronder biologie. Tera heeft echter MMS en kweekschool gedaan en is dus uitgesloten van academische examens zoals het kandidaats en doctoraal. Ze kan wel een MO akte halen. MO akten gaven mensen de bevoegdheid om les te geven op middelbare scholen zoals een HBS, of een polytechnische school. De akte K IV gaf de bevoegdheid om les te geven in delfstof-, aard, plant- en dierkunde. Het niveau van het examen K IV was gelijk aan dat van het kandidaatsexamen, waardoor K IV studenten dezelfde colleges volgden als de “echte” studenten. Tera’s collegedictaten zijn bewaard gebleven en liggen in het Stadsarchief van Amsterdam. Kopieën van een deel daarvan vindt u op deze website onder collegeaantekeningen.

Ook Johanna (Hans) Westerdijk (1883-1961) had in 1904 haar MO akte K IV gehaald in een driedaags mondeling examen in Den Haag. Met een dergelijke akte was promoveren in Nederland echter niet toegestaan. Hans Westerdijk is daarom na haar studie uitgeweken naar eerst München en daarna Zürich waar ze in 1906 haar Doctorstitel haalt. Westerdijk wordt in 1917 de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland. Ze specialiseert zich in schimmels en zal jarenlang een laboratorium leiden in de Fytopathologie (plantenziekten) (bron: Een beetje opstandigheid, Patricia Faasse). Tera komt Hans Westerdijk regelmatig tegen, zowel op Eerbeek, ook Hans is een bewonderaarster van Anna Weber, als in Amsterdam.

Ze lijken elkaar echter niet vreselijk gemogen te hebben. In een latere blog wordt misschien een beetje duidelijk waarom niet.

Aan het begin van de 20ste eeuw waren de MO akte examens dus nog centraal geregeld in Den Haag. Maar in Tera’s tijd doet ze mondeling examen bij haar “eigen” hoogleraren in Amsterdam. Op 30 september en 1 en 2 oktober 1924 wordt Tera “doorgezaagd” door haar professoren.

30 sept Om 11 uur had ik examen, maar toen ik om10.15 de Hortus binnenstapte, wenkte Sluiter over de balustrade: Zeg, Zeg! En Dubois kwam de trap af: O ja, U is het dus toch! En ik moest meteen invallen, omdat vd Bos zich teruggetrokken had. Dubois steekt van wal en werkt in dat ene uur zijn hele repertoire af. Verloopt vrij goed. (..) . ’s middags Weevers anatomie en fysiologie, gaat wel.

1 okt    ’s morgens Sluiter over arthropoda. Hier en daar wel wat flaters, maar het geheel is niet onvoldoende. ’s Middags Weevers, erg geknoeid met openspringende doosvruchten en dubbele dopvruchten en met de bevruchting en voortplanting. Maar erfelijkheid gaat vrij goed. Mevr. en Dr. Kerbert wandelden in de tuin. Mevr. komt even op mij af om te vragen hoe het met mijn examen staat.

2 okt    Dubois zaagt mij door over de paleontologie en laat mij vanaf het Sileen alle lagen met fossielen opbouwen. Nogal wat gemist, alleen het slot. IJstijden. Molengraaff en Weber over de visfauna ging vlot! (..)  En ikke erdoor, met de hakken over de sloot! Er was een hele partij gelukwensers. Van de rolpensclub een fijn boeket rozen gekregen. Vader kwam ook nog en toen met het hele gezelschap op de plantage thee gaan drinken. ’s Avonds thuis feest gevierd.

De dagen daarna blijven de felicitaties binnenstromen, ze raakt er naar eigen zeggen een “beetje van uit evenwicht”.

Anders dan bij het doctoraal examen krijg je met een K IV akte geen titel en heb je in Nederland dus ook niet het recht om te promoveren. Dat steekt Tera wel een beetje. Zoals we gezien hebben hierboven gingen sommigen dan maar in het buitenland promoveren. Duitsland en Zwitserland deden daar minder moeilijk over dan de Nederlandse universiteiten. Tera heeft echter geen geld, mede als gevolg van de perikelen van haar broer, die een gezin moet onderhouden en daar onvoldoende in slaagt. Vader springt bij om de kosten voor Marius’ gezin te dragen. Dus Tera moet in Nederland blijven en voor haar eigen inkomen zorgen. Dat lukt op het Zoölogisch Museum heel goed. Tera zal haar werkzaam leven dus door het leven gaan als mej. van Benthem Jutting in plaats van als Dr. van Benthem Jutting. Bij haar afscheid in 1964 krijgt ze een eredoctoraat en mag ze zich eindelijk Doctor noemen. In al haar correspondentie van na 1964 doet ze dat ook systematisch, alleen haar kerstkaarten ontkomen eraan.

Vanaf 1924 werkt Tera fulltime aan het Zoölogisch Museum als conservator mollusken. Het werk bestaat uit het verzorgen van de collectie. Alle schelpen moeten gedetermineerd en beschreven zijn. Ze zet daar een kaartsysteem voor op, waarin per schelp wordt beschreven hoe het exemplaar heet, hoe het er uitziet, waar en door wie het gevonden is, wat de maten van het exemplaar zijn, hoe het in het Zoölogisch Museum is gekomen en door wie het object nog meer beschreven is. Dat kaartsysteem kan gebruikt worden als referentie wanneer er nieuwe schelpen worden binnengebracht. Zo ontstaat er een uniek beeld van alle schelpen die het museum heeft. Daarnaast zijn er natuurlijk ook de slakken op sterk water, waar hetzelfde voor gebeurt. Het handgeschreven kaartsysteem maakt nog steeds onderdeel uit van het archief van het Zoölogisch Museum. Tussen Tera’s aantekeningen vond ik een keurig uitgetypt velletje met instructies hoe te verzamelen. Ze heeft zich daar haar hele leven aan gehouden..

Volgende keer zien we wat Tera allemaal nog meer uitspookt op het museum.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.