De eerste Indische stappen

Vorige week zagen we dat Tera in Indië is aangekomen.

Met uitzondering van het klimaat verschilt Indië in de jaren dertig amper van Nederland, althans voor de blanke Nederlandse elite. Natuurlijk heeft het tropische klimaat invloed op bijvoorbeeld werktijden, maar omgangsvormen, uitgaansmogelijkheden etc. zijn vrijwel identiek. In het weekend wordt er soms rijsttafel gegeten maar verder is het eten ook nogal Hollands. Ze beschrijft een maaltijd: Er was ditmaal: soep, garnalenschoteltjes, asperges, kalfsoesters a la jardinière en aardbeien met slagroom, waarschijnlijk zijn zowel de asperges als de aardbeien uit blik of pot, aangezien die groentes in een tropisch klimaat niet gedijen. Er is Indisch personeel, maar ze kan niet wennen aan de manier waarop men met dat personeel omgaat: Alleen ben ik er nog niet aan gewend dat je je bedienden zo afblaft en de huisjongens bijvoorbeeld geld toegooit, en ze nooit goedemorgen zegt.

Boodschappen doen gaat bij de Orang Bombay (Indiase man) of op de Pasar (markt) bij de Orang Tjina (de Chinese man) wat ze nog een heel gedoe vindt omdat je in Indië moet tawarren (oftewel afdingen) en dat heeft ze niet geleerd;

de chinees is wel een kostelijke soort kerel, erg ondernemend en werkzaam en zonder pretentie. Ze zien er altoos idioot lelijk gekleed uit met broeken die ze hoog ophijsen en die onderaan bij de pijpen wijd uitlopen en hun haar is geknipt als een slecht gesnoeide heg.

De eerste drie weken logeert Tera bij tante Jans in Weltevreden, een chique buitenwijk van Batavia waar vader Wouter vroeger ook woonde. Ze gaat op bezoek bij verscheidene kennissen en familie van haar moeder. Er worden boodschappen gedaan, witte kousen en een hoed. Ze verbaast zich wel over sommige dingen: Mijn fietskist en de koffer uit het bagageruim zijn vandaag ook gekomen (verbeeld je op zondag), dat was nog een duur grapje van Priok hierheen f. 27,-. Ik ben bang dat die boekenkisten naar Buitenzorg ook een schep geld zullen kosten. Evenmin als zondagssluiting doet men aan 8 uur winkelsluiting! ’t Is een leuk gezicht al die waronkjes (eetstalletjes) met petroleumlichtjes er op ’s avonds langs de straat en de verlichte winkels met grote klandizie, vooral in de Chinese gedeelten.

Met collega Jan Verwey maakt ze vast een tochtje: Gisteren zijn we met de motorboot naar Hoorn en Haarlem, twee eilandjes in de baai gevaren om de koraalriffen rond te koekeloeren waar mooie vissen, koralen, sponzen, schelpen en andere bewoners van deze zee te vinden zijn. Het is een prachtig gezicht en in dat heldere water kun je zo diep en zo ver kijken. Ik vond het erg leuk deze tochtjes vast meegemaakt te hebben, want eenmaal in Buitenzorg komt er waarschijnlijk niet zoveel van en ligt het verzamelterrein misschien meer in de bergen.

Ook gaat ze op en neer naar Buitenzorg om haar werk te regelen. Karel Dammerman en zijn vrouw onthalen Tera gastvrij: Ik ben in de afgelopen week twee dagen in Buitenzorg geweest. Heb er met Dr. Dammerman in het museum rond gekoekeloerd en een afspraak gemaakt over mijn werkzaamheden. De schelpen zijn in een vrolijke wanorde, er is op den duur wel wat van te maken, maar groot is de collectie niet en ik zal de mooie verzameling uit Amsterdam wel missen voor vergelijking. Vervolgens wandelden we naar Doctors van Leeuwen en daarna naar het departement van landbouw om mijn benoeming in orde te maken. Mevr. D is heel aardig en hartelijk.

Verder knipt ze haar haar af: Eén concessie heb ik gedaan aan de hygiëne en de mode, namelijk-schrik niet- mijn haar afgeknipt. Ik was namelijk altijd zo warm als ik het op moest maken en het broeide zo onder mijn hoed. Ik vond het erg onfris en nu kan ik het zelf wassen. Bovendien kan ik nu een hoed krijgen die me past. ’t Is niet erg lelijk, in ieder geval niet lelijker dan zoals ik het had, wat ook niet fraai was.

Dit komt haar gelijk op een standje van haar vader te staan: En wat nu betreft het offer, gebracht aan de hygiëne en de mode, dit had ik allerminst verwacht. Gij en wij allen waren zo trots op je haardos en in principe tegen het pagekopje, omdat de mode grillig is… Bij enkele dames ziet het er soms onsmakelijk uit; ik zou je wel eens willen zien, ook om het korte haar; ge ziet er toch niet jongensachtig uit; want dit heb ik altijd in je geprezen, dat ge er op gesteld was om er als een meisje uit te zien.

Zo’n standje typeert de relatie tussen vader en dochter wel. Tera is een vrouw van eenendertig, die door haar vader wordt toegesproken alsof ze een meisje van vijftien is. In de brieven die vader Wouter schrijft komt hij vaak ongevraagd met allerlei goede raad: eet niet te pedis (scherp), blijf Hollands, kijk uit voor Chinees eten, pas op met zwemmen, zorg dat je niet ziek wordt. Maar ook en vaak “pas op je centen”. Hoeveel verdien je, spaar goed en geef niet te veel geld uit. Tera reageert zelden op zijn adviezen, ze praat er een beetje omheen, of stelt hem gerust.

Financiële zaken vertrouwt ze wel aan haar vader toe, en samen met hem regelt ze haar belastingen, haar spaargeld en haar uitgavenpatroon. Als ze een aangifteformulier ontvangt, stuurt ze dat naar Holland om door haar vader te laten invullen. Zo schrijft vader Wouter in maart 1930 al: Ook is boekhouden nuttig om na te gaan hoeveel ge maandelijks van je traktement kunt op zij leggen. Ik ben nieuwsgierig op welk bedrag je salaris is bepaald. Tracht daarvan elke maand wat te sparen, daar er een grote slag is geslagen in je spaarbankboekje en hiervan thans moet worden betaald je belasting en de premie. Ook kunt ge van het gespaarde in Europa zoveel meer genieten en moet ge geleidelijk ook zorgen voor je terugkomst, die weer veel geld zal kosten. Wees ook voorzichtig met het in bewaring geven van je spaarduiten; het meest solide is natuurlijk de postspaarbank en in mijn tijd was het particulier spaarbankwezen nog weinig ontwikkeld, maar een deposito bij de Nederlandse Handelsmaatschappij, de Indische handelsbank of een andere grote bank is ook wel veilig.

Vrouwen werden in de jaren dertig nog gezien als handelingsonbekwaam. Bij wet was dat geregeld voor gehuwde vrouwen, terwijl ongehuwde vrouwen tot hun dertigste voor veel zaken toestemming van hun vader of ander mannelijk familielid moesten hebben. Gek is het dus niet dat Tera voor haar belastingen naar haar vader kijkt.

Na een week of drie in Batavia geacclimatiseerd te zijn reist ze door naar Buitenzorg. Buitenzorg is het regeringscentrum van Nederlands Indië, dáár bevindt zich het paleis van de Gouverneur Generaal. In Buitenzorg bevindt zich ook ‘s Lands Plantentuin. Deze botanische tuin is opgericht in 1817 en is het grootste proefstation op Java. De belangrijkste uitbreidingen waren gedaan door Melchior Treub die vanaf 1880 directeur van ‘s Lands Plantentuin te Buitenzorg was. Onder zijn leiding groeide de plantentuin uit tot een belangrijk onderzoekscentrum voor de tropische plantkunde. In 1901 is er ook een zoölogische afdeling bijgekomen waar Karel Dammerman de scepter zwaait. Als Tera in Indië aankomt is Dr. Willem Docters van Leeuwen (1880-1960) directeur van ’s Lands Plantentuin. Hij is botanicus, en geboren in Nederlands Indië, hoewel ook hij in Amsterdam heeft gestudeerd en is gepromoveerd.

Volgende week zien we hoe Tera aan het werk gaat in Buitenzorg.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.