Naar Indië

In de vorige blog zagen we dat in augustus 1926 het Internationaal Academisch Vrouwencongres wordt georganiseerd in Amsterdam. We eindigden toen met anekdotes uit Indië. Daar beginnen we nu mee. 

Op 20 september 1926 schrijft Tera in haar dagboek: Baasje heeft een brief van Dammerman dat hij voorjaar 1927 naar Holland komt en wil trachten een assistent er bij te krijgen, liefst iemand die in mollusken doet. Hij vraag ‘t aan Beaufort om iemand op te scharrelen. Die woont vlak naast de deur. Ik zou het niet leuk vinden om uit Amsterdam weg te gaan, maar ’t is de enige weg om wat meer van de wereld te zien, en misschien zou ik kunnen terugkomen. Enfin, praten we later nog wel over.

Karel Dammerman (1885-1951) is op dat moment directeur van het Zoölogisch Museum, onderdeel van ’s Lands Plantentuin in Buitenzorg (tegenwoordig Bogor) in Nederlands Indië. Dammerman heeft gestudeerd in Utrecht en zit sinds 1910 in Indië waar hij vanaf 1919 conservator aan het Zoölogisch Museum is. Vanaf 1928 is hij directeur van het museum en onderdirecteur van ‘s Lands Plantentuin.

En er wordt over gepraat, op het museum, met Weber, met haar vader, en ongetwijfeld met de “ambtelijke molens”, het museum is tenslotte een onderdeel van de universiteit en daarmee van de gemeente Amsterdam. Afgesproken wordt dat Tera een jaar onbetaald verlof krijgt in Amsterdam om in Indië aangesteld te worden aan ’s Lands Plantentuin in Buitenzorg (nu Bogor). Op 17 januari 1930 vertrekt Tera per trein naar Genua, om daar op de boot naar Batavia (tegenwoordig Djakarta) te stappen. Die boot is de hierboven afgebeelde MS Christiaan Huygens. Dat was een gebruikelijke manier van reizen. De kisten met bagage voor in Indië werden in Amsterdam aan boord gebracht. Tera neemt naast kleding en boeken ook haar fiets mee. De fiets wordt uit elkaar gehaald en in een kist gestopt, om straks in Indië weer in elkaar gezet te worden. Het schip vertrekt vervolgens vanuit Amsterdam, vrijwel zonder passagiers naar Genua of Marseille om daar de passagiers op te pikken. Dit was voornamelijk ingegeven door het vaak slechte weer op de Noordzee, wat zorgt voor veel zeeziekte.

Vader brengt haar naar het station in Den Haag. In de trein ontmoet ze al wat mensen die ook richting Indië gaan.

Ze reist tweede klas op de boot, waardoor ze een hut moet delen. De eenpersoonshutten zijn ook wel erg krap (zie afbeelding) Ze schrijft: In mijn hut heb ik een mevrouw van Berkel, handschoen (Handschoen betekent in dit verband iemand die met de handschoen getrouwd is. De man bevindt zich in Nederlands Indië, alwaar de vrouw zich bij hem voegt.), rooms (net wat voor mij!!), niet heel beschaafd en een beetje dom, maar wel vriendelijk. Zij had in de trein kennis gemaakt met een stuk of wat andere handschoentjes en had daarmee ook een eettafeltje besproken, en maar dadelijk tegen de hofmeester gezegd, dat hij mij daar ook maar bij moest zetten, zonder mij dit te vragen.

Ik vond het heel vriendelijk maar toen ik er een keer had aangezeten heb ik subietelijk verandering aangevraagd. “Mijn handschoen” is namelijk nog heilig bij het gros der overige, dat zeer onbeschaafd is en praat van: “O Gossie, ik heb me seutel vergaite” en “O wat een strop, ik bin een knaup van me schoen verlaure”. Eentje griste dwars voor mij heen het tasje weg van haar vriendin maar het ergste was het vieze eten. Je vraagt je af hoe het ter wereld mogelijk is dat iemand zulke manieren heeft en je zou medelijden krijgen met de mannen die daarmee opgescheept worden.

 

Tera is wel een snob, plat praten, smakken en gebrek aan manieren zijn haar een gruwel. Ze zoekt en vindt dus snel beschaafder gezelschap: Gelukkig vond ik prettig onderkomen aan het tafeltje van het echtpaar Paaschen waar de eerste officier, van Rees Vellinga, presideert en waar ook aanzitten de heer en mevrouw Bruijnsteen (zoon van de vroegere organist te Haarlem) een schoonzusje van hen Mevrouw Bossche en de moeder van deze laatste een mevrouw Looijen.

 

Aan boord wordt van allerlei georganiseerd om de tijd door te komen. Bridgewedstijden, Bal Masque’s en spelletjes voor de kinderen. Ze heeft nog al wat aan te merken op de andere passagiers die ze lang niet allemaal beschaafd genoeg vindt: Het ergste zijn echter de oudere heren (?) met of zonder dames (sic!). Dit zijn natuurlijk mensen die voor eigen rekening reizen, of zo weinig verdienen dat ze tweede klasse worden uitgezonden. Daarbij zijn een paar dikzakken met 7 onderkinnen en schillerkragen. En een paar die dandy-achtig doen en een hoog-haarlemmerdijks praten, waar je van achterover slaat. En een paar die voor Don Juan spelen en met de handschoentjes koketteren. ’t Ergste is dat dezen er op in gaan!

 

De tocht gaat na Genua, richting Port Said, waar een brief van vader klaar ligt en ze haar eerste brief aan vader post: Verder is het er in Port Said een amusante rommel van bedelaars, kooplui, passagiers, rammelende auto’s. Ik heb langs de kade geboemeld (…) Om 11 uur verlieten we P.S. en nu kwam die hele interessante vaart door het kanaal, waar de Huygens torenhoog bovenop lag. Het grootste deel zagen we overdag en ik heb erg genoten van de meren, van het glimpje woestijn, met heuse kamelen en van de organisatie van het botenverkeer.

 

Na het Suezkanaal, over de Rode Zee door naar de Indische oceaan waar ze op 8 februari in  Colombo, in het huidige Sri Lanka arriveren. Ze gaat een dag van boord en verkent met andere gasten in een auto het eiland: rondgereden in de stad, bezochten de Hollandse kerk, een boeddhistische tempel en kwamen door de prachtig aangelegde kaneeltuinen (..) Zo kwamen we terecht op Mount Lavinia, iets te zuiden van Colombo. Daar is een groot hotel op een vooruitstekende heuvel, heel mooi gelegen aan zee. We dronken er iets kouds wat ons nog warmer maakte en ik zocht er wat schelpen aan het strand. De eerste tropische! Daar is de Riviera nog maar kinderspel bij. Zo was mijn dag al weer goed.

 

Vervolgens via de golf van Bengalen naar Belawan (bij Medan op Sumatra): In Belawan kwam aan boord de heer van der Meer Mohr, van het Deli proefstation, die een broer aan boord kwam begroeten. Ik kende hem wel uit de correspondentie en nu kwam hij vragen of ik in zijn auto iets van Medan wilde gaan kijken. Dat was heel vriendelijk en zo zag ik in korte tijd allereerst het Deli proefstation en sprak er de directeurs Kuijper en Gorter (uit Leiden) en daarna bezocht ik een meisje Huender (Amsterdam) die lerares is aan de HBS te Medan. Met haar en met Gorter toerde ik erg leuk rond in de stad, langs het paleis van de sultan, de moskee, de Klingenwijk, de Chinese buurt etc. Toen gauw terug naar Belawan vanwaar we om 11 uur vertrokken.  

Daarna door naar Singapore en vervolgens naar Batavia waar ze op vrijdag 14 februari aankomt. De reis heeft precies vier weken geduurd. In de haven van Tandjong Priok:   Er waren een massa mensen en ik had Marius al gauw gezien, met Dolf Westhoff. Ook Lieftinck en de Jong waren er, dat was erg aardig. Zij kwamen allen nog aan boord en we hebben het schip nog even rondgelopen. Marius ziet er goed uit, is de Influenza weer geheel vergeten. Hij heeft nog wat Hollandse kleur en ziet niet zo egaal geel als het merendeel der mensen hier. In het autootje van Dolf gingen we met een en ander aan bagage naar Batavia. Het was heiig en onderweg kregen we nog een fikse bui. Lieftinck en de Jong gingen terug naar Buitenzorg. Om half 11 waren we bij tante Jans. Zij had voor beeldige bloemen gezorgd.

Haar broer Marius is in 1927 terug naar Indië gegaan en weet van haar komst. Neef Dolf Westhoff en tante Jans zijn familie van haar moeder die Indische roots had. Lieftinck en de Jong zijn collega’s van haar uit Buitenzorg. Beiden hebben ook in Amsterdam gestudeerd en zijn dan ook geen onbekenden voor Tera.

Ze heeft echt uitgekeken naar het verblijf in Indië, Tera is niet gauw bang en houdt wel van een avontuur. Vliegen vond ze geweldig en deze bootreis naar Indië vindt ze ook prima wat ze met een onderkoelde nuchterheid beschrijft: … alles bevestigt mijn stelling dat niets zo eenvoudig is als een reis naar Indië te maken, je bent passief en als je doet wat de maatschappij je voorkauwt kom je er vanzelf.

In de volgende blog de eerst schreden op Indische bodem.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.