Het vrouwencongres

De vorige blog ging over Tera’s relatie met Tip Westerdijk en daarmee ook met zijn zuster Johanna (Hans) Westerdijk (1883-1961). Hans Westerdijk had in vele opzichten dezelfde weg afgelegd als Tera. Via de mulo was ze op de HBS terecht gekomen, die toen nog geen toegang gaf tot universitaire examens. Ze heeft in 1904 dan ook staatsexamen gedaan en dezelfde MO akte gehaald als Tera in twintig jaar later. Na haar promotie in het buitenland werd ze in 1906 directeur van het fytopathologisch Laboratorium ‘Willie Commelin Scholten’ in Amsterdam en behield deze functie tot in 1952. Hans Westerdijk kreeg in 1907 ook de leiding over de schimmelcollectie van het Centraal Bureau voor Schimmelcultures, in 1903 opgericht door de botanicus F.A.F.C. Went (1863-1935). Het Laboratorium ‘Willie Commelin Scholten’, verhuisde in 1921 naar Baarn. De schimmelcollectie groeide onder haar bewind van circa 80 tot 11.000 soorten, de grootste collectie ter wereld. Ze bleef tot 1958 aan als directeur. In 1917 werd ze benoemd tot buitengewoon hoogleraar in Utrecht. Ze heeft, anders dan Tera een officiële doctorstitel. Dat steekt Tera.

Hans Westerdijk is ook meer politiek bevlogen en extraverter dan Tera. Wetenschappelijk hebben ze niets met elkaar te maken. Tera richt zich tenslotte geheel op zoölogie, terwijl Westerdijk zich richt op schimmels, dus op botanie.

Westerdijk was van 1918 tot 1931 o.a. één van de eerste bestuursleden van de Vereniging van vrouwen met een Academische opleiding. Ook was ze nauw betrokken bij de International Federation of University women, opgericht in 1919, mede met als doelstelling het bevorderen van wereldvrede. Zowel de Nederlandse als de Internationale vereniging hebben tevens de doelstelling om studerende en afgestudeerde vrouwen te ondersteunen, ze verstrekken studiebeurzen en zorgen dat vrouwen met elkaar in contact komen, via lezingen, en studiebijeenkomsten.

Foto van de opening van het vrouwencongres uit het Algemeen Handelsblad

In 1926 neemt Hans Westerdijk het initiatief om het vierde congres van deze internationale federatie in Amsterdam te organiseren. Tera schrijft in haar dagboek: Opening congres International Federation University Women. ’s Morgens en ’s middags komen enige gezelschappen het zoölogisch museum bekijken. Een heel gemengd gezelschap wat nationaliteiten aangaat. Bij Non gegeten en samen naar het Koloniaal Instituut. Mevrouw Weber en prof en Mevr. Ruge zijn er ook bij. Voordracht Hans Westerdijk heeft veel succes.

Tera schrijft niet dat dezelfde Hans Westerdijk na de openingsvoordracht samen met haar (voornamelijk vrouwelijke) assistenten de genodigden nog trakteert op een revue in veertien delen, over de positie van de vrouw. (bron Patricia Faasse een beetje opstandigheid)

De volgende dag gaat Tera weer gewoon aan het werk, al is er wel een hele uitgebreide koffietafel, met belangrijke (internationale) dames: Aan de koffie komt Hans W. met Gräfin v Linden, Miss Cullis, Tine Tammes en To Doyer mee. Dat maakt met de familie Weber, mevr. Ruge, Neeltje, Bussy, Beaufort, Non, Annie v. D. en ik een heel tafeltje rond. ’s Middags laat ik nog het diorama zien.

 

Mevr. Ruge is een goede vriendin van de Webers en hoogstwaarschijnlijk de weduwe van de in 1919 overleden Georg Ruge, eerst hoogleraar in Amsterdam, later in Zürich. Als Tera op Eerbeek logeert is mevr. Ruge soms ook van de partij, hoewel ze in Zürich woont.

Een dag later is er weer een samenkomst waar vrouwen uit verschillende landen mededelingen doen over de ontwikkelingen in hun vakgebied. Hans Westerdijk bespreekt het lot van de inmiddels 246 afgestudeerde vrouwelijke biologen. Een aantal daarvan is getrouwd en daardoor zonder betrekking, maar er zijn er ook 130 werkzaam in het onderwijs en 42 in de wetenschap. Ze concludeert “dat er vrouwen in alle soorten van biologische betrekkingen te vinden zijn”.

Tera schrijft smalend in haar dagboek: Hans W. vertelt aan de “wijze vrouwen” wat Hollandse biologische vrouwen in haar vak doen. Zit reusachtig op te scheppen. Ikke kom ook nog 3 X levensgroot op het doek.

Op de foto, Tera in 1926 gefotografeerd in de Haarlemmerhout

 

Als Tera een aantal jaren later net in Indië zit, schrijft ze op 12 mei 1930 aan haar vader: Op de receptie was ook mevrouw Stigter, vrouw van de directeur van het krankzinnigeninstituut. Zij is hier zowat opperhoofd van de gestudeerde vrouwen in Indië, een overeenkomstig clubje als die vereniging van vrouwen met een academische opleiding in Holland. Zij vroeg me of ik op de volgende vergadering ook eens kwam. Nu heb ik aan die Hollandse vereniging altoos zo’n bovenmatige hekel gehad, en ik ben bang, dat het hier niet betere is van die met zichzelf ingenomen oude en niet meer jonge dames, die would-be studentikoos doen. Tot overmaat van ramp vertelde mevrouw Stigter erbij dat ze zelf een lezing zou houden, die ze al eens ergens anders met veel succes had afgedraaid!. Nou vraag ik je. Als u dan dat schip met volle zeilen zien krijg je angst voor haar, en ik heb dan ook zo maar wat gemompeld dat het niets voor mij was. Ze zal me wel een nest hebben gevonden, want de Stigters doen erg deftig in Buitenzorg.

Haar vader maant haar voorzichtig te zijn met mensen afwijzen, omdat in een kleine Hollandse gemeenschap je elkaar nodig kunt hebben.

In november 1931 schrijft Tera: Verder heb ik bedankt voor dat allervervelendste clubje van wijze wijven, de vereniging van vrouwen met Academische opleiding op z’n zondags. De zuinige tijd was een welkom excuus om me er af te maken, ik ben nog nooit zo opgelucht geweest.

Ook hier is Tera’s vader toleranter dan zijn dochter, of hij heeft beter door dat contacten belangrijk zijn en hij reageert: Deze vereniging heeft m.i. wel reden van bestaan en verdient daarom steun, ook omdat ze een steun kan wezen voor haar leden. Ze is immers de vereniging, die enige jaren geleden, een congres te A’dam heeft georganiseerd, waarop nog al buitenlandse gasten zijn verschenen en waarop Prof. Hans Westerdijk zich zo heeft geweerd met haar geest en talenten. Dit zal een vereniging van mannen niet licht nadoen.

In 1932 komt Hans Westerdijk nog eens voor in Tera’s correspondentie. Er zijn dan inmiddels wat mindere tijden aangebroken als gevolg van de wereldwijde economische crisis, dat voelt de wetenschappelijke staf natuurlijk ook. Tera schrijft onaardig in januari 1932: De onrustbarende geruchten over de plantentuin zijn hier gekomen in een brief van van Leeuwen aan zijn vrouw. Deze vertelde het weer aan Hans Westerdijk en deze laatste aan wie het maar horen wilde, oude theekletskousen! die niet weten wat ze zeggen en wat ze zwijgen moeten.

Ik heb wederom mijn best gedaan om alle genoemde namen van wijze dames thuis te brengen. Aanvullingen zijn welkom.

In de volgende blog zullen we zien hoe Tera in Indië terecht komt en hoe het zit met De Plantentuin.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.