De spreeuwpot

De vorige blog ging over het begin van de oorlog. Hoewel het “gewone” leven doorgaat wordt de oorlog al gauw merkbaar. Huizen moeten verduisterd worden en veel bijeenkomsten ’s avonds worden bemoeilijkt, ook door het instellen van de avondklok. Dat betekent dat het leven voor een alleenwonende vrouw als Tera al snel saai wordt.

Om de avonden door te komen en om hun gezamenlijke interesse in geschiedenis en biologie te benadrukken schrijven Pico en Tera elkaar over het werk, over hun wetenschappelijke interesses, en maken ze zich druk over een spreeuwpot.

In het Algemeen Dagblad van 6 september 1940 staat: Bij de verbouwing van perceel Rokin 22, is een oude gevelsteen voor den dag gekomen, waarop staat afgebeeld een kan of pot en twee vogels, met het onderschrift ,,IN DE SPREVPOT”. Deze steen blijkt bij een vroegere verandering van de pui, wellicht omstreeks het midden der vorige eeuw, aan het publieke oog te zijn onttrokken, zoodat reeds lang het ontstaan en de beteekenis ervan niet meer bekend zijn.

Ook in Zeeland is begin 1940 een spreeuwpot gevonden bij archeologische opgravingen en die is bij Pico in beheer. Hij heeft hem of zelf gevonden of als vrijwillig conservator bekommert hij zich om de collectie van het Zeeuws museum.

In april 1941 schrijft Tera aan Pico: Nu zend ik jou ook 2 foto’s, n.l. voor- en achterzijde van een zgn. spreeuwpot, een 16de-eeuws kannetje, opgebaggerd uit de Leidse kade, van ongeglazuurd rood aardewerk (kleur bloempot). Het oor zit er asymmetrisch aan, langs de hals zijn 2 lusjes (van aardewerk) om een stokje door te steken, en aan de ene zijde is een gat (opzettelijk gemaakt, want in de natte klei afgestoken). In dit “nestkastje” hielden onze voorvaderen spreeuwen, zoals blijkt uit een gevelsteen in de zgn. spaarpotsteeg, die ten rechte spreeuwpotsteeg moet heten. Of de Hollanders toen al filantropische neigingen jegens vogels koesterden, wordt in het midden gelaten. Best mogelijk dat zij ze oppeuzelden (vandaar het gat aan de tegen de muur gekeerde zijde).

Vanaf dat moment wordt het een project. In de zomer van 1941 reist Tera nog een keer naar Domburg: In juni of juli wou ik zo graag weer naar Domburg komen. Als die reisrestricties er nog zijn, kan ik dan niet als “hulp in de huishouding” komen bij jullie? Als je van mijn hulp niet gediend bent, slaap ik wel bij Rika, en dan kun je me ontbieden, zo vaak je wenst. Mijn kookkunsten zijn aanmerkelijk toegenomen sedert ik, wegens bonnengezanik, niet meer van de kok eet, maar zelf kook.

Als ze daar logeert bespreken ze het spreeuwpottenproject uitgebreid en willen ze allebei van alles weten over spreeuwpotten, waar ze voor dienden, hoe ze gemaakt werden en hoeveel er waren. Tera zou graag de Zeeuwse spreeuwpot eens willen bekijken en vraagt aan Pico of hij kan zorgen dat het ding naar haar wordt gestuurd. Dat heeft in oorlogstijd de nodige voeten in de aarde.

Tera pakt het wetenschappelijk aan ze maakt een lijstje met onderzoeksvragen: Gevonden: waar? Wanneer? Door wie? Ouderdom? Omgeving (andere voorwerpen)? Eigendom van wie? Wat voor soort bakwerk: gedraaid? Geglazuurd? Gemengd met? Welke verschillen met Amsterdamse spreeuwenpot? Maten? Literatuur: reeds bekende artikelen en nieuwe (prof. Swaen).

De Middelburgse spreeuwpot (zie hiernaast) arriveert uiteindelijk in oktober 1942 bij Tera, meegebracht door Felix Prince, een broer van Tera’s jeugdvriendin Corrie Prince die we al eerder tegenkwamen.

Ze laat hem tekenen en fotograferen en laat hem onderzoeken door de pottenbakker Wildenhain die ze kent via haar nichtje Kitty. Op advies van Pico gaat ze naar de bibliotheek om te kijken naar oude kookboeken: Op je aanwijzingen vroeg ik in K.B. 17de en 18de eeuwse kookboeken aan om spreeuwpotgerechten op te zoeken. Ik heb er nu 9 te leen! Het is kostelijke lectuur, en ik wilde wel, dat ik ze je eens zenden kon, maar ze zijn te zeldzaam, en ik heb ze al met veel soebatten mee mogen nemen naar het museum, naar huis mag ik ze niet overbrengen: Oosterbaan is zeker bang, dat ik er mee in mijn keuken ga exerceren. Intussen vond ik inderdaad een pastei van jonge spreeuwen, zwaluwen en ander klein gevogelte in: “De geoefende en ervaren keukenmeester of de verstandige kok, uit 1701”. Zij aten trouwens allerhande vogels: lijsters, vinken, mussen, reigers, waterhoen, ortolaan, plevieren, snippen, rotganzen, hazelhoen, fazant, meeuwen, talingen, leeuweriken, kieviten, kwakkels, eend, patrijs, duif

Ze gaat naar het prentenkabinet en vindt daar afbeeldingen van spreeuwpotten, zoals hier op het schilderij van Avercamp: “Winterlandschap met schaatsers” (uitsnede met spreeuwpotten) .

Uiteindelijk schrijft Tera er een stukje over dat in het Oudheidkundig Jaarboek in 1942 wordt gepubliceerd (Een Middelburgsche Spreeuwpot, Bulletin van de Oudheidkundige Bond 11jg (1942 pag. 88-90). De spreeuwpot zelf gaat weer terug naar Middelburg en bevindt zich nu in het Zeeuws museum.

De oorlog komt ook dichtbij als een aantal professoren wordt ontslagen omdat ze de ariërverklaring niet willen tekenen, en er enkele professoren en andere vooraanstaande mensen, zoals burgemeesters in gijzeling genomen, waaronder Jan Verwey die Tera nog uit Indië kent.

Ook Artis blijft niet gespaard: Thuis vond ik een lange brief van De Beaufort om mij vast op de hoogte te stellen van de narigheid in Artis. Daar zijn namelijk in de nacht van zondag op maandag (juli 1941) ruim 300 brandbommen over uitgestrooid, waardoor apenhuis, reptielenhuis, leeuwenverblijven, olifanten en giraffenstallen en zoölogisch laboratorium alle lichte brandschade kregen, maar nijlpaardenhuis, magazijnen en de woningen van 2 bazen (tuinbaas en oppassersbaas) geheel of grotendeels uitbrandden. De aanval schijnt bedoeld te zijn geweest voor een munitie- en voorradentrein, welke op het emplacement van het entrepotdok stonden, maar die reeds 24 uur tevoren waren vertrokken. Goddank, want anders was de ramp nog oneindig groter geweest door de munitieontploffing.

In de volgende blog zien we hoe het Pico in Zeeland vergaat.

2 reacties op “De spreeuwpot”

  1. Frouwkje Zwanenburg

    Dag Barbara,

    Heb met grote belangstelling dit stuk gelezen. Maar…hoe zit dat met die spreeuwpot precies? Die pot hangt tegen de muur en er zit een opening in met een stokje waar ze door kunnen eten uit de pot of erin kunnen komen? En kunnen ze er dan weer uitvliegen of worden ze zo gevangen en later lekker opgepeuzeld? En hoe worden ze dan eruit gehaald om opgepeuzeld te worden? Via een klepje…??? Kortom, vragen!

    1. De pot hangt aan de muur, met een klepje tegen de muur aan. In de pot maakt de spreeuw een nest, heb ik begrepen. Als de jongen groot genoeg zijn wordt de ingang voor de moeder gesloten. En wordt de pot van de muur gehaald met een haak, waarna de jongen er uit gehaald worden om opgegeten te worden

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.