Het begin van de oorlog

In de vorige blog zagen we hoe Marius nog een keer naar Nederland komt en hoe het daarna met hem afloopt. We gaan nu verder met de oorlog in Nederland.

Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen. In eerste instantie merkt Tera weinig van de oorlog. Ze blijft gewoon aan het werk in het museum. Wel merkt ze in augustus 1940 al bitter op dat de bibliotheek, de academie en het conservatorium het predicaat “Koninklijk” moeten vervangen voor “Rijks”.

In de zomer van 1940 logeert ze eerst bij familie in Domburg, waar ze ook Pico treft en daarna bij haar nichtje Kitty in Nunspeet. Kitty van der Mijll Dekker (1908-2004) is textielkunstenares. Kitty’s moeder was een zus van Tera’s moeder. Hiernaast een foto van Kitty in haar atelier.

Kitty is naar de kunstacademie in Den Haag geweest en heeft daarna aan het Bauhaus in Dessau gestudeerd, waar ze o.a. les kreeg van Kandinsky en Klee. Vanaf 1932 woont ze in Nunspeet en vanaf 1935 geeft ze ook lessen aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Rietveldacademie. Kitty zal bekend worden als degene die door haar innovatieve weeftechniek de theedoek in Nederland heeft gemoderniseerd. Naast huishoudtextiel maakt ze vloer- en wandkleden in haar eigen atelier de Wipstrik. Werk van Kitty is te vinden in het Rijksmuseum en het Textielmuseum. Kitty woont samen met Hermann Fischer, een Duitse kunstenaar, die ze kent uit de tijd dat ze studeerde aan het Bauhaus in Dessau. In 1950 zal ze met hem trouwen. Tera en Kitty kunnen het goed met elkaar vinden, ze logeren vaak bij elkaar en Kitty zal Tera de hele oorlog bijstaan.

Het eerste dat Tera merkt van de oorlog is de plicht om te verduisteren en het regelen van een vluchtkoffertje: Op de Parnassus is alles weer knus met de lamp op en alles goed verduisterd. De keuken en de logeerkamer moet ik nog onder handen nemen. Gisteravond kwam mijn blokhoofd aanzeggen, dat we een vluchtkoffertje klaar moeten houden. Nu, het mijne staat al vanaf 10 mei gereed. Met mijn geboorteakte, pas, giroboek e.d. paperassen. Als ook een kopie van de mollusken waaraan ik bezig ben. Andere kopie ligt in museum. (op de foto Tera op haar eerste Ausweiss)

Een belangrijk nadeel van de oorlog is het minder worden van contacten. Ze krijgt minder aanloop op het museum, en ze kan niet vrijuit met mensen corresponderen. Ze schrijft wel met Pico en anderen, maar mensen bezoeken, vergaderingen houden en naar conferenties gaan wordt ernstig bemoeilijkt. Pico ziet ze na de zomer van 1941 niet meer tot na de oorlog.

Ook de internationale contacten worden bemoeilijkt; met Duitsland is het geen probleem maar met Groot Brittannië, de VS en het neutrale Zweden wordt, door de censuur, de correspondentie moeilijker en op enig moment onmogelijk. (..) een vermakelijke correspondentie met Odhner (Stockholm) over zijn artikel in Nova Guinea. De drukproeven mocht ik niet opzenden (geen drukwerk naar Zweden) en ik corrigeerde ze dus. Verder bood ik hem aan om van Amsterdam uit de overdrukken in Nederland en naar Duitsland te verdelen en vroeg hem om de adressen. Ik schreef erbij: dan zult u weldra bedankt worden voor een artikel, dat u nog nooit zelf in die vorm zag. Nu schrijft hij mij: wilt u dan om de gekke situatie nog te verhogen, op uw eigen overdruk schrijven: An Fräulein v.B.J., mit ergebenen Grüssen des Verfassers. Niet alleen Odhner en ik hebben hier plezier om gehad, maar de Duitse en de Zweedse censor bovendien, want Zweden censureert nu ook al

De contacten met Indië worden eveneens onmogelijk, zowel met haar collega’s in Buitenzorg en Singapore maar ook met haar familie, zoals haar broer Marius, die ze dus niet meer terug zal zien.

Vanwege de oorlog brengen veel mensen hun schelpencollecties, voor de zekerheid, onder bij het Zoölogisch Museum: De collecties stromen ons toe, (…)  Uit de laatste collectie, een enorme kist met een grote rommel van Indische schelpen, diepte ik een volledig theeservies: trekpot, suikerpot, melkkan, 2 koppen en schotels, 3 bonbonmandjes, theeblad van kruidnagels op. Inlandse huisvlijt uit de Molukken.

Al die extra collecties bezorgen haar ook veel extra werk: Met het 5-jarenplan heb ik nu Achatina  onder handen. Dat zijn nog eens slakken! (Reuze tijgerslak, kan wel 18 cm worden, zie plaatje hiernaast)

Een Helix Pomatia (gewone wijngaardslak) is er een lilliput bij. Maar je mag blij zijn, dat je zulke olifanten niet in je moestuin hebt. Overigens onvoordelig in het opbergen, want met een paar bakjes is een lade alweer vol. Gelukkig dat de meeste landlopers van geringer kaliber zijn.

Maar ondanks al haar inspanningen schiet het werk nooit echt op en is er altijd weer meer te doen, dat maakt haar soms wat moedeloos. Deze week heb ik weer geducht aan het tweede 5-jaren plan gewerkt, en de Clausilia’s in de kast gekregen. Het schelpenkamertje wordt nu een menswaardig verblijf en geen pakhuis van ongeregelde goederen meer. Ik hoop werkelijk éénmaal er mee klaar te zijn, d.w.z. de grote rangschikking. In elke groep blijft dan nog werk genoeg over. Soms word ik er een beetje verdrietig van, want als je ziet wat er nog ongedaan ligt, dan is mijn leven stellig te kort, en ik doe toch nogal mijn best (althans dat verbeeld ik mij).

Zo is de oorlog een dagelijkse realiteit geworden waar Tera zo goed en zo kwaad mee probeert om te gaan. Ze wil vooral blijven werken, maar in de volgende blogs zullen we zien hoe dat steeds lastiger wordt. Maar eerst kijken we de volgende week naar een andere interesse van zowel Tera als Pico, en dat is de geschiedenis.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.