Naar Amsterdam

Op 30 april 1918 ontvangt Tera haar onderwijsakte. Maar een betrekking zoeken als onderwijzeres doet ze niet. Ze wil studeren. En samen met waarschijnlijk van der Sleen en Heimans, waar ze in de zomer van 1918 regelmatig mee optrekt, weet ze haar vader te overtuigen. En zo staat trots in haar dagboek Eerste college Stomps! Professor Stomps (1885-1973) was de assistent van Hugo de Vries en is sinds 1910 buitengewoon hoogleraar cytologie.

Telkens wanneer ik de afgelopen jaren melding maakte van mijn project over Tera en in grote lijnen beschreef wat ze gedaan had werd er gereageerd me “Wat bijzonder voor een vrouw!”. De vraag rijst dan natuurlijk hoe bijzonder was het eigenlijk dat een meisje van nette komaf biologie ging studeren in 1918.

Iedereen weet dat Aletta Jacobs de eerste vrouwelijke student van Nederland was. Weliswaar mocht Anna Maria van Schurman al in de 17de eeuw colleges volgen aan de universiteit, verstopt achter een gordijn, om de mannelijke studenten niet af te leiden. Maar Anna Maria deed geen examens. Aletta Jacobs kreeg van Thorbecke toestemming om in 1871 medicijnen te studeren aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In diezelfde periode werd ook het eerste vrouwencollege aan de universiteit van Cambridge opgericht. In 1903 was Marie Curie de eerste vrouw die een Nobelprijs in de natuurkunde kreeg, in 1911 gevolgd door een Nobelprijs in de scheikunde.

Een van de drie eerste vrouwelijke studenten in de biologie in Amsterdam was Anna van Bosse (1852-1942), die zich samen met Marie de Vries (een achternicht van de hoogleraar Hugo de Vries) en Margo Middelberg in 1880 inschreef als toehoorder voor de botanische colleges van de Vries. In 1883 trouwt Anna met Max Weber. Daarover later meer.

De eerste vrouw die een doctorstitel in de malacologie haalt is Mia Boissevain (1878-1959) die in 1910 in Zürich promoveert op het olifantstandje (Dentalium entalis L.)

Johanna Westerdijk (1883-1961) studeert eveneens biologie in Amsterdam. Zij wordt in 1917 de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland. Ook Johanna, Hans voor haar vrienden, komen we later nog tegen.

In 1892 wordt op initiatief van Cornelia de Lange, die later hoogleraar kindergeneeskunde zal worden, de eerste vrouwelijke studentenvereniging in Amsterdam opgericht. Alle 30 vrouwelijke studenten die op dat moment aan de Universiteit van Amsterdam studeren zijn er lid van. In 1918 gevolgd door de vereniging van vrouwen met een academische opleiding (VVAO) opgericht door o.a. Aletta Jacobs en Clara Wichmann. Zijn er eind 19de eeuw dus 30 vrouwelijke studenten aan de universiteit van Amsterdam, verdeeld over vrijwel alle studierichtingen, in 1938 zijn het er als ruim 600.

De meest precieze tabel is van Tera zelf. Bij het 40 jarig ambtsjubileum van Koningin Wilhelmina in 1938 bieden de Amsterdamse vrouwen een Huldeblijk aan Hare Majesteit aan. Tera wordt gevraagd een stuk te schrijven over de Amsterdamse vrouwelijke biologen. Over Anna Bosse en haar twee medestudentes schrijft Tera: “In ieder geval hebben deze eerste vrouwelijke studenten het pad geëffend voor de talrijke jonge meisjes, die na haar zijn gekomen. Zodat thans de studerende vrouwelijke bioloog een gewone en gewaardeerde verschijning is in de collegebanken, evenals haar afgestudeerde verlenging in de maatschappij.”

Voor dezelfde bijdrage maakt Tera een keurig staatje met aantal vrouwen en mannen dat biologie studeert aan de universiteit van Amsterdam. Wegens tijdgebrek verontschuldigt ze zich, heeft ze geen vergelijking met de andere drie universiteiten (Leiden, Groningen en Utrecht) weten te maken.

Wat vooral opvalt is dat rond de vorige eeuwwisseling in Amsterdam vrijwel evenveel vrouwen als mannen een aanvang namen met hun biologiestudie. Was het dus bijzonder dat Tera ging studeren? Jazeker, dat lag echter minder aan haar vrouw zijn dan aan het feit dat er nog maar heel weinig mensen überhaupt gingen studeren en de biologiestudie nog tamelijk recent was.

 

Op de universiteit voelt Tera ze zich geweldig. Ze volgt college bij Professor Weber in de zoölogie, Professor Sluiter in de anatomie en de embryologie. Bij van der Horst volgt ze colleges evertebraten, oftewel ongewervelde dieren en bij Dubois, de “ontdekker” van de Java mens, paleontologie. Haar collegedictaten zijn allemaal bewaard. Minutieus houdt ze aantekeningen bij. Haar tekenvaardigheid is duidelijk. Hiernaast een tekening van Professor Weber in de kantlijn van een van haar collegedictaten.

Ze sluit zich aan bij de Dierkundige Vereniging en gaat naar lezingen, mee op excursies, o.a. naar de waterleidingbassins van Amsterdam om naar beestjes te zoeken. Ook is ze een van de oprichtsters van het biologiedispuut Congo en is ze op 3 april 1919 “moppig” bij de eerste vergadering van dat dispuut.

In de zomers van 1918 en 1919 trekt ze er met andere studenten, docenten en andere geïnteresseerden op uit, naar Zeeland, of Gelderland, de Veluwe, of de Waddeneilanden. Er wordt gekampeerd en men onderzoekt en verzamelt datgene wat de natuur te bieden heeft. Vogels en eieren, insecten, slakken, maar ook plankton. Dat wordt allemaal nauwkeurig gedetermineerd en beschreven. ’s Avonds wordt er gekookt op primussen en gezongen.

Er worden meer plannen gemaakt, maar daarover een volgende keer meer.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.