Parnassus

In de vorige blog zagen we dat Tera Indië verlaat en op 6 april 1932 weer terug in Nederland is.

Al voordat Tera terugkeert uit Indië wordt er door haar vader en door haarzelf gespeculeerd waar ze zal gaan wonen. Ze kan eventueel gaan samenwonen met  Nel Schoo, een ongetrouwde nicht: Van Nel Schoo kreeg ik een lang epistel waarvan een groot deel onze toekomstige woning betrof. Zij schijnt nu erg naar haar zin te zijn gehuisvest en stelde mij voor dat ik voorlopig ook bij die familie mijn intrek zou nemen. Dat lijkt me in het geheel niets om diverse redenen (..) Ik zal haar schrijven dat ik er niet over denk, maar eerst in Haarlem me wil vestigen en van daaruit kijken. Ook heb ik nu genoeg gezworven en wil me langzamerhand wel eens definitief vestigen zonder de gedachte over een jaar weer te moeten gaan opbreken. Ook weet ik niet of het wel zó dol zal zijn met haar samen te wonen, ze is zo verschrikkelijk oppervlakkig en helemaal niet zuinig. Enfin, dit onder ons.

Vader wil ook graag dat ze in Haarlem komt wonen en is ontstemd als ze niet eerst bij hem zou logeren. Aangezien hij in Nederland contacten met Tera’s vriendinnen heeft onderhouden ziet hij wel mogelijkheden: : Je wens om na je terugkomst eerst enige weken of zelfs maanden te Haarlem te blijven wonen, zal vermoedelijk te A’dam niet in goede aarde vallen, daar men vertrouwt dat ge je nu te A’dam zal vestigen. Hoe rationeel ik dit ook vind, zo zou ik het natuurlijk zeer prettig vinden, je weer in mijn onmiddellijke nabijheid te weten. Ideaal zou wezen, als ge die tijd weer met Nel Appeldoorn onder één dak kon wonen, doch bij mevr. Wiersma zal waarschijnlijk niet voldoende plaats zijn, daar zij ook nog een volwassen zoon thuis heeft. Van de andere door je opgegeven adressen zou mij het huis van mevr. Vorstman ’t beste lijken, beter dan dat van Brandien (familie van haar moeder) , die er geen dienstbode meer, slechts een werkvrouw op na houdt, die je om de gezelligheid misschien nog al eens van je werk zou ophouden, omdat ze weinig idee heeft dat een studerend mens rust toekomt.

Waar ze in eerste instantie terecht komt is niet duidelijk, ze logeert even bij haar vader en ook nog bij haar schoonzus Ans, daarna huurt ze weer bij een hospita in Haarlem. Ze begint opnieuw aan haar baan in het Zoölogisch Museum waar ze haar zeker gemist hebben.

Ans had haar al geschreven dat vader Wouter achteruitging, en na een kort ziekbed overlijdt Wouter op 3 januari 1933, bijna tweeëntachtig jaar oud.

In een brief aan haar schoonzus Ans schrijft Tera: De gebeurtenissen van de afgelopen dagen beginnen zich nu een beetje meer geordend en reëler voor te doen en daarbij komt het besef van het grote gemis hoe langer hoe duidelijker tevoorschijn. Maar ook de stralende dankbaarheid voor alles wat we van vader ontvingen. Verder blijkt uit de brief (hiernaast afgedrukt) dat ze de banden met haar schoonzus belangrijk vindt.

Het afhandelen van de nalatenschap is nog een heel gedoe. Marius wordt verzocht afstand te doen van zijn erfdeel ten faveure van zijn kinderen. Na enig gesoebat stemt hij daar mee in. Ook Tera wijzigt haar testament en onterft haar broer in het voordeel van haar neven Wouter en Christiaan en nicht Mientje.

Met het overlijden van haar vader is er voor Tera geen reden meer om in Haarlem te wonen. Zijn erfenis maakt Tera bovendien iets welgestelder dan ze was en ze besluit een woning te huren in Amsterdam aan de Parnassusweg nr. 20. De Parnassusweg ligt in het stadionkwartier in Amsterdam Zuid. Na de Olympische spelen van 1928 is het stadion en de omliggende gebouwen afgebroken om woningbouw mogelijk te maken.

Hierboven de Parnassusweg in de jaren dertig, met uitzicht op het Olympiaplein. Tera’s flat moet halverwege aan de linkerkant zijn gesitueerd. Deze ruime moderne flat, op de eerste verdieping is in 1932 opgeleverd, in de stijl van de Amsterdamse school. De flat beschikt over een kamer en suite, twee slaapkamers een badkamer en een keuken. Er zijn twee balkons, een fietsenhok beneden, en er is, als toppunt van moderniteit, centrale verwarming. Ze zal er tot haar pensioen in 1964 blijven wonen. Ze luistert er graag naar grammofoonplaten, Beethoven met name, maar ook naar de radio met registraties van concerten uit het concertgebouw. Ze ontvangt gasten, en organiseert etentjes, ze kan goed koken. Ze blijft een aanspreekpunt voor haar neven en nicht.

Vanaf  de flat is het 5 kilometer fietsen naar haar werk op de Plantage Middenlaan. Ook dat fietsen zal ze tot 1964 blijven doen. Het eerste werk dat Tera na haar terugkeer oppakt is het schrijven van een boekje over Hollandse schelpen. Daar was ze al aan begonnen voor haar vertrek.

In augustus 1925 zegt Tera in haar dagboek:  Weber (..) komt  met het voorstel of ik niet eens een boekje over Hollandse schelpen kan schrijven. Dat zou wel mooi en aardig wezen, maar er is ook allerlei tegen. Ik zal het eens uitvoerig overdenken en dan later nog eens met hem bespreken. Het is tenminste prettig dat hij er zelf over begint en beweert dat ik er brainpower genoeg voor heb. Maar Weber kan ze natuurlijk niets weigeren en ze begint er vol goede moed aan. Ze heeft zo nu en dan overleg met Weber over het manuscript maar klaagt in 1926: Met Weber nog over molluskenmanuscript gepraat. Vindt dat ik wel door kan gaan op deze weg. Alleen duurt ’t wel lang. Als ik een soort per week doe is 50 per jaar, heb ik voor ’t hele ding 6 jaar nodig. Omdat veel streken nog zo slecht bekend zijn, wil hij best in september weer eens een tocht maken bv. naar Limburg of Drenthe.

In zijn tijdschrift de Levende Natuur (32 (12) blz. 393-395) schrijft Jac. P. Thijsse in 1928: “Bij Sythoff’s Uitgeversmaatschappij te Leiden verschijnt tegenwoordig een Fauna van Nederland onder redactie van Dr. H. Boschma, (..) Het werk zal bestaan uit een groot aantal deeltjes, ieder gewijd aan een enkele groep van dieren, afzonderlijk verkrijgbaar en natuurlijk bewerkt door geleerden, die van die groep hun bijzondere studie hebben gemaakt. De belangrijkheid van een dergelijke uitgaaf kan moeilijk worden overschat en wij begroeten haar dan ook met groote ingenomenheid en met de stereotype klacht: hoe jammer, dat daar al niet veel eerder aan is begonnen.“

Om een compleet overzicht van de Nederlandse fauna te krijgen, begon Boschma in 1927 met deze ‘Fauna van Nederland’. Uiteindelijk zal deze serie uit zestien delen gaan bestaan. De serie is een dappere poging om de gehele fauna van Nederland te beschrijven maar haalt dat doel niet. De zestien delen samen beslaan ongeveer vijf procent van de Nederlandse fauna, maar wel alle weekdieren, met uitzondering van de inktvissen. ( Bron: Zoölogische diversiteit van Nederland P. Koomen e.a., Nationaal Natuurhistorisch museum Leiden)

Tera’s molluskenboekje is niet klaar als ze in 1931 naar Nederlands Indië vertrekt. Daar werkt ze tussen de bedrijven door, wel verder aan het manuscript en in 1933 komt Aflevering VII van de Fauna van Nederland uit. Mollusca (I). In het voorwoord schrijft Tera al : Met de literatuur over de Nederlandsche Molluskenfauna is het jarenlang treurig gesteld geweest”. Vervolgens noemt ze allerlei moeizame pogingen van haar voorgangers op en besluit ze met Weber te bedanken: Zo is het onderhavige werkje op zijn initiatief aangevangen en met zijn voortdurende vriendschappelijke steun gereed gekomen. Moge het zijn en uw aller verwachtingen niet teleurstellen!

Daarna volgt een heldere beschrijving van alle in Nederland bekende slakken (Gastropoda) met duidelijke tekeningen  (zie hiernaast fig. 2 ) determineertabellen en  vindplaatsen.

Volgens de huidig kenners van mollusken in Nederland is het nog steeds “het” standaardwerk op het gebied van Nederlandse mollusken en wordt het nog steeds regelmatig geciteerd. In 1936 volgt een tweede deel dat ze samen met Hendrik Engel schrijft en in 1943 volgt er nog een deel over de tweekleppigen: waaronder oesters en mosselen.

Zo heeft Tera afscheid genomen van Indië en van haar vader. In de volgende blog een nieuwe ontmoeting.

 

2 reacties op “Parnassus”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.