Piet

In de vorige blog zagen we hoe het “gewone” leven steeds lastiger wordt. In deze blog maken we kennis met een nieuwe vriend van Tera.

Vanaf begin 1944 verschijnt de naam Piet Meertens in Tera’s brieven. Meertens is ook een Zeeuw, geïnteresseerd in taal en dialect en actief in het verzet. Pieter Jacobus (Piet) Meertens (1899–1985) is een Nederlandse letterkundige, dialectoloog en volkskundige. In 1934 heeft de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen(KNAW) het initiatief genomen voor een commissie van Volkskunde met Piet Meertens als secretaris.

Dat is de basis voor het latere Bureau voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde, waarvan hij vanaf 1948 tot aan zijn pensionering in 1965 directeur was. In 1979 wordt het bureau omgedoopt tot het Meertensinstituut. Piet Meertens is als A.P. (Anton) Beerta vereeuwigd in de romancyclus “Het Bureau” van zijn medewerker J.J. Voskuil.

Tera schrijft: De vorige week maakte ik een uitvoerig bezoek bij Meertens. Ken je zijn dissertatie over het letterkundig leven in Zeeland in de 16de en begin 17de eeuw? Enorme hoeveelheid interessante gegevens.

Meertens is in 1943 gepromoveerd. Hun gedeelde interesse in Zeeland en waarschijnlijk hun eenzaamheid maken dat Tera en Piet in 1944 veel met elkaar optrekken. Pico ziet het van een afstand met lede ogen aan en schrijft wat neerbuigend over hem. Tera reageert enigszins gepikeerd: Ik weet best, dat Meertens intelligentie het niet haalt bij de jouwe. Zo kan ik me voorstellen dat jij zijn schrifturen middelmatig vindt. Maar ik ben er best tevreden mee en leer er een boel uit. Zondag was hij hier aan de koffie en bleef de middag snuffelen in het familiearchief Jutting……

 En later: Woensdag was Meertens hier om mijn Zeeuwse vriendin Krien (Hocke Hoogendoorn) te interviewen over haar familie. Ik heb stilletjes vanuit een hoekje met veel vermaak het onderhoud aangehoord. … M. heeft reusachtig genoten van al die verhalen uit de mond van iemand, die nog zo met alle vezels vergroeid is met de grond waar eens haar wieg stond. Hij is een beste kerel, Pico, en altoos erg aardig voor Teertje, maar je hoeft niet jaloers te zijn.

In mei 1944 vat Tera het plan op om samen met Piet een reisje naar Zeeland te maken. Er wordt een hoop gedubd en getwijfeld. Er zijn constant geruchten over invasies en bombardementen. D-Day is natuurlijk niet ver meer, naar dat weet Tera niet. De geallieerden zouden ook in Vlissingen kunnen landen, of in Zandvoort. Piet besluit in ieder geval te gaan. Tera besluit om in Amsterdam te blijven.

Toch heb ik nu besloten om dinsdag niet naar Middelburg te gaan. De toestand wordt dagelijks scherper, al kan hij ook nog maanden zo voortsukkelen. Ik weet, dat de Beaufort op mij vertrouwt als er iets gebeurt (aan Engel heb je in tijd van nood niet veel); ik heb het personeel en het museum in handen, en al kan ik het ook niet tegen bommen beschermen, ik kan het trachten te loodsen door de gevaren van interne paniek en ontreddering. En ik zou het een ellendige gedachte vinden als ik in Middelburg hoorde, dat Amsterdam te pakken werd genomen, en ik er niet bij kon zijn.

Wat Piet doet weet ik niet. Vermoedelijk gaat hij wel, tenzij er een reisverbod of een verbod van toelating in Zeeland wordt uitgevaardigd. Ik hoop dat hij het er levend afbrengt.

Je zult begrijpen dat dit besluit mij veel verdriet doet. Ik had zo zielsgraag gegaan: een soort pelgrimage, voor mijn dood!, naar de goede jaren en plekken van vroeger. Wel zou ik er de leegte van jouw afwezigheid gevoeld hebben, maar dan had ik toch het idee ook iets voor jou te kunnen werken.

Maar Tera kan ook impulsief zijn en diezelfde avond, 10 juni 1944 stuurt ze Pico een briefkaart:

10 juni 1944 8 uur a.m.

L.P.

Ik sta op het punt naar de trein te gaan voor Middelburg. Vind je het erg? Ik kon er geen vrede mee hebben, had het gevoel, dat ik moedwillig iets moois vergooide. Al zei ook iedereen, dat ze ’t zo verstandig vonden, dat ik er vanaf zag. Ik dacht in mijn hart: jullie moesten eens weten hoe het mij door mijn ziel gaat. De Beaufort is weer beter en van plan geregeld te komen.

Nu maar bidden, dat alles goed afloopt. Is dit geen frappant voorbeeld van Blut und Boden theorie?

Met veel liefs van T.

Ze blijft ruim twee weken in Zeeland, bezoekt het museum, praat met Brakman. Ze gaat naar Domburg om te kijken hoe de villa er bij staat. Ze bezoekt haar familie en vertelt daar allemaal uitvoerig over aan Pico. Overdag gingen wij elk ons eigen gang; ik meest in museum en bibliotheek, P. naar archief, secretarie, bibliotheek en diverse losse mensen in de stad. Alleen aan de maaltijden zagen wij elkaar, en soms ’s avonds. Hij is erg hartelijk en aardig voor T. geweest, met 1000 kleine attenties. Je moet niet boos zijn, dat wij elkaar wel eens een stevige zoen hebben gegeven. P. was bang dat ik mij teveel aan hem zou hechten, en toen heb ik hem iets verteld van mijn dierbare betrekking tot jou. Dat is bij hem volkomen veilig en ik ben blij nu in mijn naaste omgeving iemand te hebben, die iets begrijpt van mijn leven en van mijn verlangen naar jou. Ik hoop, dat jij later ook met hem kunt opschieten. Schrijf mij eerlijk, als je vindt dat ik verkeerd gedaan heb.

Piet is erg kerkelijk en troont Tera mee naar de kerk op zondag: Ik had die zondag in Zeeland wel graag naar een kerk in een kleine plaats, Arnemuiden, of Koukerke, gegaan, maar Piet vond het te ver en had geen zin om zo hard tegen de wind op te fietsen. Dus gingen we naar de Oostkerk (Ds. Van Woerden). Daar zijn in de oude tijd verscheidene van mijn ooms, tantes, neven en nichten gedoopt. Ik vond de preek heel goed. Tekst Ezechiël 37 vs. 1-10. Ik zal die wel anders verwerkt hebben dan Piet, die tamelijk orthodox is. Voor mij was dit verhaal als een symbool van hoe een wetenschappelijk man of een kunstenaar met schijnbaar onsamenhangende details een organisch geheel kan scheppen door er zijn geest in te leggen; geest, die hij van O.L.H. gekregen heeft. De preek ging verder over de 4 fasen , die het heil doorloopt: de prediking van het heil, het ontvangen van het heil en het aanvaarden van het heil (een fase ben ik vergeten).

Zeeland is natuurlijk wel wat provinciaal. Dus een bekende Zeeuw die daar  met een Zeeuwse dame op vakantie komt en vervolgens met haar heel Walcheren overfietst levert praatjes op. Die praatjes bereiken Pico ook en hij informeert er bezorgd naar. Tera schrijft, als ze weer veilig terug is in Amsterdam: Lieve beste Pico(..)  Dank voor alle goede en lieve gedachten, vooral dat je mij niet minacht. Lang niet ieder zou er zo over denken! (..)  In Middelburg heeft men geen gezichten over ons getrokken, waar wij bij waren. Daar wij overdag altijd ieder ons eigen gang gingen en ’s avonds dikwijls ook nog, op een gemeenschappelijk bezoek aan Pieters en een wandeling over de bolwerken na, hebben wij er ook niets geen aanleiding toe gegeven. Alleen de reis naar Domburg en naar Oostkapelle maakten wij gezamenlijk. Rika, die na ons in Zeeland was, kan er hoogstens wat bij gekletst hebben.

Tera weet Pico voldoende duidelijk te maken dat hij van Piet Meertens niets te vrezen heeft. Zijn jaloezie gaat over. Na de oorlog zullen Piet en Pico elkaar ontmoeten. Piet is getuige bij hun huwelijk en blijft een goede vriend van Pico en Tera. We komen hem zeker nog tegen. Volgende week zien we eerst hoe Tera de laatste Oorlogswinter doorstaat.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.