Riviera

In de vorige blog zagen we dat Tera is gaan studeren in Amsterdam en er in de zomer op uit trekt met vrienden.

In januari 1919 wordt het plan opgevat om naar de Riviera te gaan, en daar onderzoek te doen naar flora en fauna. Dat is een gewaagd plan. De eerste wereldoorlog is koud twee maanden afgelopen. Om in de Riviera te komen moet er toch eerst door België en een groot deel van Frankrijk gereisd worden. Er worden vergaderingen aan gewijd, wie zal er mee gaan, hoe moet het geregeld worden, wat moet er mee? Ze praten er met een groepje een jaar lang over. In januari 1920 vraagt Tera een paspoort aan, om naar de Riviera te mogen. Op 17 februari 1920 gaat ze naar het Franse consulaat voor een visum: Naar Franse consulaat getippeld, onze ziel in lijdzaamheid bezeten in de antichambre en HOERA! Het visum dadelijk gekregen.

Tera is 21 jaar oud, haar reisgenoten zijn allen ouder dan zij. Tera’s leeftijd was voor mij altijd makkelijk te “berekenen” door het jaartal +1 te nemen aangezien ze van februari 1899 is. Daardoor hoef je als lezer nooit lang na te denken hoe oud ze is in een gegeven jaar.

Ze vertrekken op 28 maart met de trein, ze zijn met zijn zessen: Naast Tera, Dr. Wicher van der Sleen en zijn verloofde Toos, Dr. Willem Jonker (1880-1922) biologieleraar te Zwolle, vader van de latere politica Hilda Verwey-Jonker, zijn vrouw Leen (1878-1976) en een man die Staverman heet, die verder nergens genoemd wordt en waarvan niet te achterhalen is wie hij is.

Uittocht uit het kikkerland met een zooi bagage. Gezellig zitten praten en zingen in de trein. Visitatie in Roosendaal. Intocht in België, vruchtbomen in volle bloei. Antwerpen overstappen. Prikkeldraadversperringen en forten. Verwoeste huizen, loopgraven. Tegen 7 uur in Brussel. Jonker met een vigilant (Soort rijtuig) en de bagage naar het andere station. Wij wandelende naast de fiets door de drukte van Boulevard Anspach, echte pantoffelparade! Electrische trams met een tentakelvormige beugel en met geleiding onder de grond. Thee gedronken aan het Gare du Midi, met de koelies daar al leuk Frans zitten praten

In de nachttrein naar Parijs. Eerst heerlijk geslapen. Toen: “la visite” Frankrijk! Stukgeschoten huizen, kerken, stations, opgeblazen bruggen. Hoe konden ze dat doen! De mensen huizen in noodwoningen of in reserve goederenwagens.

Ze zijn met zes fietsen, drie tenten, een primus en allerlei andere bagage. Er wordt “wild” gekampeerd, campings zijn er nog niet. Ze stappen over in Brussel, Parijs en Lyon en stappen uit in San Raphael. Ze worden opgebracht door de Franse politie, die niet van Hollanders houdt, omdat de Duitse keizer in Holland zijn toevlucht heeft gezocht. Ze worden wel weer los gelaten.

Ze fietsen langs de hele Riviera, ze vissen in de baaien en beken, en zoeken naar slakken, insecten, visjes etc. Het is een wetenschappelijke expeditie, met grote precisie wordt alles dat gevangen is gedetermineerd en verpakt. Regelmatig gaan ze langs bij de postkantoren om de vondsten vast naar Nederland terug te sturen.  

Op 5 april schrijft Tera o.a. Prachtige zon. Vroeg opgepakt en verder. Langs heerlijke afvlieghellinkjes naar de col d’Esquillon. Daar moesten we een zure helling opschuiven. Toen nog naar de oriënteertafel geklauterd en van daar een uitzicht zo prachtig naar Cannes met als achtergrond de sneeuwberg. ’t Was er heel druk, ook Hollanders: Superbe! Toen weer er vandoor tot een eindje voorbij Theoule en daar gegeten. Mijn fiets beroerd, doordat er spaken stuk waren. Bijna alle bagage overgepakt op de andere vijf. Nog even rond geklauterd en mooie vlinders gezien. Zee-erosie heel eind boven de zeespiegel. Weg naar Cannes vervelend, vol auto’s. (…)  Gezocht naar fietsenreparateur en eindelijk gevonden. Ikke in de tram in de richting van Antibes en veel te ver doorgereden. Terug gewandeld als een arme landloper en eindelijk de rest ontmoet. Gekampeerd in een heerlijk bosje bij Pointe Fourcade….. veel slakken

6 april Wicher haalt mijn fiets. Toos op vlinderjacht. (..)  Van Juan-les Pins tot de Cap des Antibes. Aan de westkant thee gezet en gegeten en prachtige zeebeesten gevangen…… Het schiereiland dwars overgestoken naar Antibes(..)  Door naar Biot. Gekampeerd bij een Romeinse ruïne. Heerlijk kampement tussen de orchideeën … Geweldige slakken….. Groene hagedissen koesteren zich in het zonnetje, jacht gemaakt erop, maar nog mispoes!… weitje bij een beek. ’s Avonds leuke lichtjes van Nice en Antibes

Als het weer te slecht is en het regent gaan ze per tram naar Monaco om daar het museum te bekijken. Zoals ook later in haar leven is Tera makkelijk in het uiten van kritiek op anderen (althans in haar dagboek) en ze schrijft over het  natuurhistorisch museum in Monaco: Systeem is anders een beetje erg wonderlijk en ze hebben de fauna van de naaste omgeving zo slordig mogelijk geëtaleerd en absoluut niet gedetermineerd. Aquarium is mooi, alleen niet zo stemmingsvol als in Amsterdam

Op 12 april passeren ze de Frans- Italiaanse grens, dat is een heel gedoe:

Weer mooi helder en per fiets er vandoor. Beaulieu, Eze, Cap St. Ail, Monte Carlo. Akelige helling naar boven. Even voor Cap Martin koffie gedronken op de olijventerrassen. Vandaar een leuk uitzicht op races van motorboten in Monaco. Oranje Lathyrus… Cap Martin voorbij en komen in Menton aan. Vandaar naar de Italiaanse grens. Eerst het Franse frontier, niets geen last. Pont Saint Louis over een leuk ravijn. Aankomst aan de Italiaanse carabinieri, erg vriendelijk, maar dom. Toen de Italiaanse Dogana, duurde erg lang want we moesten van alles en nog wat invullen, kregen loodjes aan de fiets. Nog meer geklommen tot de Scuola Hanbury in Grimaldi. Kampeerplaats erg moeilijk doordat de rotsen a pic ineen gaan. Gevraagd of we op terrein van de scuola, waar dottore Ferrero woont, mochten kamperen, was dadelijk best, erg gastvrij. Mooi plekje in het dennenbos gekregen. ’s Avonds thee gaan drinken in het huis, grappig Italiaans huishouden. Tegelvloer, geen schouw, want ze hebben nooit een kachel. Ontbreken van melkkannetje want ze drinken geen melk in de thee. Postzegelverzameling van de dokter. Boek met oude platen over planten. Om het andere woord si, si, si.

Op 15 april nemen ze afscheid van een deel van de reizigers. Jonker en waarschijnlijk Staverman ook, is leraar en moet terug naar Nederland, omdat de paasvakantie is afgelopen.

Opgepakt en doorgereden langs Ospedalleti naar San Remo. Mooie grote hotels en villa’s in de stad, heel modern, vlaggenparade vanwege het vredescongres der geallieerden. In San Remo Jonker, Leen en Staverman op de trein gezet met hun hele bagage en de firma trekt verder de wildernis in onder het motto Honi soit qui mal y pense. Door een terrein dat hemelsbreed verschilt van de overige Riviera. De bergen niet zo hoog, alles ingericht als terrasland voor olijven en wijnbouw. Transport van olijven in zakken op muilezels of in karren met een os en een muilezel ervoor. Alle beekjes zien bruin van de vuiligheid uit de olijvenmolens. Veel houthakkers en stammentransport ook per muilezel. Door alleraardigste Italiaanse stadjes: Bussana, Riva, San Stefano, San Lorenzo, Porto Maurizio, Oneglia. Gekampeerd onder de olijven even vóór Diano Marina. Vooral Porto Maurizio enig leuk dicht op elkaar gedrongen huizen en smerig!

Het Honi soit qui mal y pense (schaamte aan degene die er kwaad van denkt) zal duiden op de praatjes die kunnen ontstaan, nu Tera alleen met een verloofd paar, dus met zijn drieën verder trekt, waarschijnlijk met één tent. Na een paar dagen verstuikt Tera haar enkel, maar met een dag of twee rust gaat het wel weer. Ze trekken nog wat verder en nemen dan uiteindelijk de trein terug, eerst weer naar Dr. Ferrero en daarna door naar Monaco waar ze kunnen overnachten in het museum, of bij de museumdirecteur, dat wordt niet helemaal duidelijk. Ze charteren nog een visser die ze meeneemt de zee op, ze zwemmen nog in de mediterrané en nemen uiteindelijk de trein terug naar Nederland waar ze op 30 april weer aankomen.

Waar de reis van betaald wordt is onduidelijk. Tera woont in die tijd nog thuis, of ze leefgeld van haar vader krijgt, of wellicht een klein deel van de erfenis van haar moeder gebruikt is niet zeker. De reis zal niet vreselijk duur geweest zijn. Ze fietsen in die maand zeker tweehonderdvijftig kilometer, met fietsen die waarschijnlijk weinig versnellingen hebben, met zware bepakking, berg op en berg af. 

Er is een foto (niet zo’n hele goede) van Tera aan de Riviera. Ze straalt! Haar rokken zullen tot onder de kuit gedragen zijn. Ze heeft zeker geen lange broeken gedragen in die tijd, laat staan korte.  Hoe ze hun “persoonlijke” hygiëne regelen is volstrekt onduidelijk, behalve dan dat er regelmatig wordt gezwommen.

Wat verder opvalt aan deze reis is ten eerste dat ze überhaupt gaat, dat ze als eenentwintigjarige vrouw van haar vader mag vertrekken, onder begeleiding van iets oudere mensen, maar toch… Het is duidelijk dat haar vader haar geen restricties oplegt. Ze kan als jonge vrouw gaan en staan waar ze wil. Het lijkt er niet op dat ze die vrijheid erg heeft moeten bevechten. Haar nichtje Mien schrijft jaren later over Tera: In veel opzichten was zij uitgesproken onconventioneel en zeer geëmancipeerd. (….) Zij provoceerde echter nooit, en zolang haar vader leefde, hield zij altijd rekening met hem. En als ze op 30 april in Nederland terugkomt staat in haar dagboek: Vader aan de trein!

Het hele verslag van deze reis is te vinden in het dagboek.

 

 

1 reactie op “Riviera”

  1. Weer een mooi verhaal, en tjee, dat dagboek, wat een bezige bij was ze! Ook toen al ‘druk met auto’s’ aan de Riviera! En ze gebruikt woorden die ik niet ken, ( liniaaltje?) Heb er weer van genoten!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.