Tjibodas

Vorige keer zagen we dat Tera inmiddels goed geïnstalleerd is. Ze werkt, woont, feest en gaat op excursies. Bijzondere excursies zijn die naar Tjibodas.

Tjibodas is het bergstation dat onderdeel is van ’s Lands plantentuin. Tjibodas is door Melchior Treub toegevoegd aan de plantentuin, om de bergflora en fauna van Java op locatie te kunnen onderzoeken In 1891 is een ruim gastenhuis (passanggrahan) gebouwd met vier slaapkamers, een bibliotheek een veranda, eetkamer en keuken. Ook is er een laboratorium en een herbarium.

Kees van Steenis steekt in zijn:  “Brief Sketch of the Tjibodas Mountain” uitgebreid de loftrompet over Tjibodas: “Everybody who has visited Tjibodas -and its visitors number many thousands -with its magnificent lay-out on the edge of the primary rainforest ranging to the lofty summits of the twin-volcano Gedeh-Pangrango has been impressed with the admirable site. Professional and amateur scientists as well as tourists the world over share the view that Tjibodas is a pearl in the crown of Indonesia.” Op de foto hierboven een indruk van deze dubbelvulkanen.

Vanuit Tjibodas worden er tochten gemaakt. Er is een permanente opzichter aanwezig en alle personeelsleden van de Plantentuin gaan voor kortere of langere tijd werken op Tjibodas. Daarnaast wordt Tjibodas gebruikt als een soort vakantieoord om bijvoorbeeld gezamenlijk de kerstdagen door te brengen.

De eerste keer dat Tera er is:

Woensdagmorgen vroeg ging ik per auto van Buitenzorg naar Sindaglaja en daar een stenig zijpad (ook per auto) tot een kampong Raraban. Van hier is het dan maar een klein eindje (20 minuten) naar Tjibodas. (..)

Het is er werkelijk heerlijk, de pasanggrahan, het laboratorium en de woning van de hortulanus (zie hiernaast) liggen aan de bovenkant van enige prachtige glooiende gazons, waarop allerlei mooie boomgroepen, vooral coniferen, zijn gepland. Het weer is tot nog toe schitterend, nog geen druppel regen.

De eerste dag kuierde ik naar de watervallen van Tjibeureum, heel mooi en erg nat, want met de wind verstoof het water zo, dat je telkens een hele sproeiregen kreeg. De vangst was goed, het is wel een rustig bestaan, om zo met een koelie geheel voor jezelf op pad te gaan waarheen je maar wil.

Vandaag marcheerde ik op dezelfde manier naar het zogenaamde Huis ten Bosch. Dit was een pondokje (berghut) midden in het oerwoud, 2 ½ uur klimmen boven Tjibodas. De pondok bestaat niet meer, maar de omgeving is erg mooi, wel een zeer rijke begroeiing, alleen maar weinig slakken.

Het laboratorium is eenvoudig, maar zeer goed ingericht. Op ’t ogenblik werk ik er in mijn eentje, maar volgende week zal Karel de Zwijger (Dammerman) er ook wel rondspartelen.

In het najaar van 1930 worden er uitgebreid plannen gesmeed om Kerstmis met de hele firma boven op Tjibodas te vieren.  Er komt nog bijna een kink in de kabel want in een kleine gemeenschap is er natuurlijk het nodige gekissebis.

Tot onze grote schrik hoorden we in de afgelopen week ook, dat de Wenten met Kerstmis eveneens op Tjibodas zijn. Dat is nogal vervelend, want Frits is een echt vaderszoontje, heeft niets geen persoonlijk karakter en alles wat je hem verteld wordt persé overgebriefd naar Utrecht. Zijn vrouw is dom en goedig en heeft altijd het hoogste woord, omdat ze alles weet; in één woord nu juist het meest ongewenste gezelschap om mee boven te zijn.

De hiergenoemde Frits Went is de zoon van de op dat moment vooraanstaande hoogleraar Frits Went in Utrecht. De wetenschappelijke wereld van biologen is klein, iedereen kent iedereen. Roddels kunnen zeker gevolgen hebben voor iemands carrière. Dus als een zoon van een van de belangrijke hoogleraren meegaat kan daar heftig op gereageerd worden.

Ans en Karel, die nogal heftig in hun uitlatingen kunnen zijn, wilden nu maar eerst thuis blijven, maar dat is tegenover de Wenten zo grof beledigend, dat kan je gewoon niet doen. Ik heb toen met Maus samengespannen om het hun uit hun hoofd te praten en dat is gelukt, en nu gaan we toch.

Dus vertrekken ze op de 23ste december met de hele bups naar Tjibodas:

Nu het relaas van Tjibodas, waar we het zo uitstekend hadden als maar kon. (…)  ’t Was er anders wel eivol, met 7 grote mensen en 2 baby’s, die wel eens een keel konden opzetten.

De optocht die uit Buitenzorg de 23ste vertrok was heel schilderachtig: één auto met Ans, Karel, Carolien en de hondjes, en de tweede met Maus en mij en de kokkie (Bet kwam 2 dagen later) Beide auto’s uitpuilend van de barang (bagage), die in Rarahan op 10 koelies werd overgeladen, terwijl er bovendien nog 2 koelies de tandoe (draagstoel) met Carolien droegen.

’s Middags installeerden we ons en krabbelden wat in de buurt rond en de volgende dag maakten we een tocht naar Tjibeureum. Ans was nog niet geheel ingelopen en bracht het niet ver. (..)

We hebben zo ongelooflijk geboft met het weer, aan een stuk stralende zonneschijn en heldere luchten en prachtige uitzichten, nog veel beter dan september en oktober. Het is een bekend feit dat er midden in de regentijd altoos omstreeks Nieuwjaar een korte periode van 14 dagen droogte is en nu zijn we zo gelukkig geweest, daar midden in te vallen.

(..)  De 24ste werd om  half 7 de kerstboom aangestoken, druk bewonderd door oud en jong. Van Woerden (hortulanus Tjibodas) had er erg leuk voor gezorgd, het was precies een Hollandse kerstboom in dit land zonder sparren en dennen. Tot slot werd er een ietwat lawaaiige, maar zeer vermakelijke ommegang gehouden door de passanggaran; Ans met Carolien op de arm, Karel met Hansje, Maus en ik ieder met een hond en daarachter Frits en Katrien, zingende tot grote vreugde van de kinderen.

De 25ste kwam Bet en de 26ste gingen zij, Maus en ik met drie koelies naar boven naar Kandang Badak. Ook hier was ’t mooi en helder, op een heel klein regenbuitje na. Toch konden we er toen het donker begon te worden, nog een mooi en lekker warm kampvuurtje houden. De 27ste ging het de Gedeh op, Bet met veel steunen en hijgen, die loopt wel erg slecht, maar als je haar de tijd geeft, komt ze er toch wel. Maus en ik liepen goed tegen elkaar op; het verheugt me, dat ik geen moeite heb zulke lange mannenbenen bij te houden. Het uitzicht naar het noorden, naar de vlakte van Batavia en de Javazee was onovertroffen. Je kon Tjibodas zeer duidelijk zien, ook de weg over de Poentjak en Batavia. Maar boven Soekaboeni en Zuid Priangan zat een dikke wolkenmassa, prachtige witte pluizen met veel werking erin. Het was gewoon om niet weg te komen. We hebben daarboven ontbeten en ruim een uur in ’t zonnetje gezeten, en toen afgedaald in het grote kraterveld en langs de beide kawak’s naar Kandang Badak terug gelopen. Ik vond het fijn dit nog eens te zien, voor Bet en Maus was het geheel nieuw.

De 29ste daalden we weer af en brachten we nog om en bij Tjibodas door. En vanmorgen weer huiswaarts, met een rijke oogst en veel mooie herinneringen.

Met al die uitstapjes, rijsttafels, excursies bals en meer zou je bijna vergeten dat Tera vooral naar Indië ging om te werken. Daarover de volgende keer meer.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.